TUCHT - PUNTENSYSTEEM - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS
In dit dossier werd er beroep ingesteld door het inrichtingshoofd tegen een beslissing van de klachtencommissie van Leuven Centraal. Bij die beslissing had de klachtencommissie de oorspronkelijke klacht gegrond verklaard. De beslissing van de beroepscommissie in dit dossier is tweeledig. Enerzijds bevestigt ze de beslissing van de klachtencommissie wat betreft de toepassing van het puntensysteem. Anderzijds vernietigt ze de beslissing van de klachtencommissie omtrent de tuchtbeslissing, die daardoor gehandhaafd blijft.
Zoals beschreven in een RAD, worden in de cel van de klager tijdens een celcontrole verboden substanties gevonden. Als eerste gevolg werd er een tuchtbeslissing genomen tegen de klager. Deze tuchtbeslissing werd door de klachtencommissie vernietigd op grond van een gebrek aan bewijsvoering omtrent de ware eigenaar van de substanties. De beroepscommissie vernietigt op zijn beurt de beslissing van de klachtencommissie, waardoor de oorspronkelijke tuchtbeslissing gehandhaafd mag worden. De beroepscommissie oordeelt immers dat er geen sprake moet zijn van onomstotelijk bewijs. De directie heeft hieromtrent een discretionaire bevoegdheid.
Een tweede gevolg van het RAD was de toebedeling van punten aan de klager. In de gevangenis in kwestie werkt men namelijk met een puntensysteem om te bepalen wanneer iemand verwijderd wordt uit het opendeurregime, om vervolgens in het basisregime te belanden. Daar de toekenning van punten blijkbaar niet automatisch gebeurt, is er wel degelijk sprake van een geïndividualiseerde beslissing en is de oorspronkelijke klacht derhalve ontvankelijk. De beroepscommissie oordeelt echter ten gronde dat het puntensysteem, zoals het bestaat en toegepast wordt, onwettig is. Aangezien het om een geïndividualiseerde beslissing gaat, moet men de beslissing immers motiveren. Dat is niet gebeurd. Zo wijst de beroepscommissie dit deel van het beroep af, waardoor het oordeel van de klachtencommissie over dit punt standhoudt.
In dit dossier werd er beroep ingesteld door het inrichtingshoofd tegen een beslissing van de klachtencommissie van Leuven Centraal. Bij die beslissing had de klachtencommissie de oorspronkelijke klacht gegrond verklaard. De beslissing van de beroepscommissie in dit dossier is tweeledig. Enerzijds bevestigt ze de beslissing van de klachtencommissie wat betreft de toepassing van het puntensysteem. Anderzijds vernietigt ze de beslissing van de klachtencommissie omtrent de tuchtbeslissing, die daardoor gehandhaafd blijft.
Zoals beschreven in een RAD, worden in de cel van de klager tijdens een celcontrole verboden substanties gevonden. Als eerste gevolg werd er een tuchtbeslissing genomen tegen de klager. Deze tuchtbeslissing werd door de klachtencommissie vernietigd op grond van een gebrek aan bewijsvoering omtrent de ware eigenaar van de substanties. De beroepscommissie vernietigt op zijn beurt de beslissing van de klachtencommissie, waardoor de oorspronkelijke tuchtbeslissing gehandhaafd mag worden. De beroepscommissie oordeelt immers dat er geen sprake moet zijn van onomstotelijk bewijs. De directie heeft hieromtrent een discretionaire bevoegdheid.
Een tweede gevolg van het RAD was de toebedeling van punten aan de klager. In de gevangenis in kwestie werkt men namelijk met een puntensysteem om te bepalen wanneer iemand verwijderd wordt uit het opendeurregime, om vervolgens in het basisregime te belanden. Daar de toekenning van punten blijkbaar niet automatisch gebeurt, is er wel degelijk sprake van een geïndividualiseerde beslissing en is de oorspronkelijke klacht derhalve ontvankelijk. De beroepscommissie oordeelt echter ten gronde dat het puntensysteem, zoals het bestaat en toegepast wordt, onwettig is. Aangezien het om een geïndividualiseerde beslissing gaat, moet men de beslissing immers motiveren. Dat is niet gebeurd. Zo wijst de beroepscommissie dit deel van het beroep af, waardoor het oordeel van de klachtencommissie over dit punt standhoudt.