Ga verder naar de inhoud

BC/21-0251

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - BIJSTAND ADVOCAAT - RECHT VAN VERDEDIGING

Het beroep is gericht tegen de beslissingvan de Directeur-generaal tot behoud van een plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime (IBVR) na
overbrenging, waarbij appellant verder geplaatst dient te blijven onder de modaliteiten van de beslissing tot plaatsing in IBVR.

De Beroepscommissie stelt vooreerst vast dat de bestreden beslissing tot behoud van het IBVR na overbrenging naar de gevangenis van Gent, inhoudt dat appellant verder geplaatst dient te blijven onder de modaliteiten van de beslissing tot plaatsing in IBVR. Zijn hoorrecht en bij uitbreiding rechten van verdediging als geïnterneerde worden bij gebreke van een raadsman volledig uitgehold, nu appellant de betekenis, laat staan de strekking van het voorgestelde regime kon vatten. de Basiswet bepaalt inzake het gehoor met betrekking tot de plaatsing in IBVR wel uitdrukkelijk dat de gedetineerde door de directeur in de gelegenheid wordt
gesteld zijn verweermiddelen te doen gelden, desgewenst bijgestaan door een raadsman. Het was de bedoeling van de wetgever om ook steevast bijstand van een raadsman te voorzien in het kader van een beroep tegen een (hernieuwing van een ) IBVR - de zwaarst mogelijke en langdurigste maatregelen voorzien in de Basiswet- en was het aldus aan de directeur om het nodige te doen opdat appellant lopende de IBVR-procedure werd bijgestaan door een raadsman.
Het beroep is gegrond.