BC/22-0028
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - RECHTEN VAN VERDEDIGING - RECHT OP BIJSTAND
Een plaatsing onder een IBVR is een verregaande maatregel die zeer ingrijpend is voor de gedetineerde. Zulk regime kan enkel worden opgelegd onder strikte inhoudelijke voorwaarden en onder naleving van strikte procedurele voorwaarden. Zo stelt de wet dat de gedetineerde gehoord moet worden over het voorstel van de directeur tot plaatsing of hernieuwing van het individueel bijzonder veiligheidsregime. De wet voorziet expliciet dat de gedetineerde zich kan laten bijstaan door een advocaat indien gewenst (art. 118ยง3 van de Basiswet). Het recht op bijstand door een advocaat vormt hierbij een belangrijk aspect van de rechten van verdediging. Er was slecht een korte tijdspanne tussen de oproeping van de advocaat voor de zitting en de zitting zelf. De advocaat werd op geen enkele andere manier gecontacteerd. Vanaf het begin van de zitting maakte appellant duidelijk dat hij bijstand wenste. Rekening houdend met de impact en de duur van de sterk beperkende maatregelen bij een IBVR en de strikte wettelijke voorwaarden die hiermee gepaard gaan, besluit de Beroepscommissie tot een schending van het recht op bijstand van een advocaat, zoals expliciet voorzien in de wet. De beslissing van de Directeur-Generaal werd niet conform de wet genomen. Het beroep is gegrond.
Een plaatsing onder een IBVR is een verregaande maatregel die zeer ingrijpend is voor de gedetineerde. Zulk regime kan enkel worden opgelegd onder strikte inhoudelijke voorwaarden en onder naleving van strikte procedurele voorwaarden. Zo stelt de wet dat de gedetineerde gehoord moet worden over het voorstel van de directeur tot plaatsing of hernieuwing van het individueel bijzonder veiligheidsregime. De wet voorziet expliciet dat de gedetineerde zich kan laten bijstaan door een advocaat indien gewenst (art. 118ยง3 van de Basiswet). Het recht op bijstand door een advocaat vormt hierbij een belangrijk aspect van de rechten van verdediging. Er was slecht een korte tijdspanne tussen de oproeping van de advocaat voor de zitting en de zitting zelf. De advocaat werd op geen enkele andere manier gecontacteerd. Vanaf het begin van de zitting maakte appellant duidelijk dat hij bijstand wenste. Rekening houdend met de impact en de duur van de sterk beperkende maatregelen bij een IBVR en de strikte wettelijke voorwaarden die hiermee gepaard gaan, besluit de Beroepscommissie tot een schending van het recht op bijstand van een advocaat, zoals expliciet voorzien in de wet. De beslissing van de Directeur-Generaal werd niet conform de wet genomen. Het beroep is gegrond.