BC/22-0188
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
CELCONTROLE - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS - MOTIVERING
De oorspronkelijke klacht was gericht tegen een celcontrole en een tuchtbeslissing van de directie, waarbij 30 dagen ATV, waarvan een deel voorwaardelijk, werd opgelegd, omwille van het bezit van verboden substanties. De klachtencommissie oordeelde dat de klacht gegrond was en vernietigde zo de tuchtbeslissing. Tegen die beslissing tekende het inrichtingshoofd beroep aan. De beroepscommissie verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De tuchtbeslissing wordt in stand gehouden.
Wat de celcontrole betreft oordeelt de beroepscommissie dat het gegeven dat er geen voorafgaande beslissing bestaat van de directeur is, de celcontrole daarom nog niet onwettig maakt. Het blijkt nergens uit dat het gaat om een apart bevolen celcontrole, los van de gewoonlijke controles in het kader van art. 109 van de basiswet.
Wat de tucht betreft, argumenteert klager dat de verboden substanties door iemand anders in zijn cel waren gelegd. Na hiervan melding te hebben gemaakt, zou de directie volgens de klager een tuchtbeslissing hebben genomen zonder al het voorhanden bewijsmateriaal in acht te nemen, in het bijzonder de camerabeelden. De klager is de mening toegedaan dat de directie geen rekening hield met zijn opmerkingen.
De beroepscommissie volgt dat niet. De directie beoordeelt vrij of het al dan niet nuttig is om bijkomende onderzoeksdaden te stellen. Ze is ook van mening dat het uit de motivering van de tuchtbeslissing duidelijk blijkt dat de directie wel degelijk rekening heeft gehouden met de elementen die werden opgeworpen door de klager. Het beroep is gegrond.
De oorspronkelijke klacht was gericht tegen een celcontrole en een tuchtbeslissing van de directie, waarbij 30 dagen ATV, waarvan een deel voorwaardelijk, werd opgelegd, omwille van het bezit van verboden substanties. De klachtencommissie oordeelde dat de klacht gegrond was en vernietigde zo de tuchtbeslissing. Tegen die beslissing tekende het inrichtingshoofd beroep aan. De beroepscommissie verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De tuchtbeslissing wordt in stand gehouden.
Wat de celcontrole betreft oordeelt de beroepscommissie dat het gegeven dat er geen voorafgaande beslissing bestaat van de directeur is, de celcontrole daarom nog niet onwettig maakt. Het blijkt nergens uit dat het gaat om een apart bevolen celcontrole, los van de gewoonlijke controles in het kader van art. 109 van de basiswet.
Wat de tucht betreft, argumenteert klager dat de verboden substanties door iemand anders in zijn cel waren gelegd. Na hiervan melding te hebben gemaakt, zou de directie volgens de klager een tuchtbeslissing hebben genomen zonder al het voorhanden bewijsmateriaal in acht te nemen, in het bijzonder de camerabeelden. De klager is de mening toegedaan dat de directie geen rekening hield met zijn opmerkingen.
De beroepscommissie volgt dat niet. De directie beoordeelt vrij of het al dan niet nuttig is om bijkomende onderzoeksdaden te stellen. Ze is ook van mening dat het uit de motivering van de tuchtbeslissing duidelijk blijkt dat de directie wel degelijk rekening heeft gehouden met de elementen die werden opgeworpen door de klager. Het beroep is gegrond.