BC/22-0231
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
ANDERE BESLISSING DIRECTEUR - ONTVANKELIJKHEID
Overeenkomstig artikel 148 van de basiswet kan een gedetineerde bij de klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. Met een beslissing wordt gelijkgesteld het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke of redelijke termijn. De in deze bepaling bedoelde beslissing is elke beslissing, door of namens de directeur genomen, die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis. Het verzuim of de weigering van de directie om het vervoer van een gedetineerde naar een (burgerlijke) rechtbank te regelen, houdt een beklagwaardige beslissing ten aanzien van deze gedetineerde in. De klacht is principieel ontvankelijk.
De klacht is evenwel manifest ongegrond. De oproeping van het directielid tot verzoening voor de vrederechter had geen enkele zin. De vragen die de klager stelde, werden door het inrichtingshoofd beantwoord. Weliswaar ging de klager niet akkoord met dit antwoord. Niettemin was het vredegerecht niet de geëigende instantie om een ‘verzoening’ te verkrijgen. Een verplaatsing naar het vredegerecht had overigens alleen al door de afwezigheid van het directielid dat werd opgeroepen, geen zin.
Overeenkomstig artikel 148 van de basiswet kan een gedetineerde bij de klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. Met een beslissing wordt gelijkgesteld het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke of redelijke termijn. De in deze bepaling bedoelde beslissing is elke beslissing, door of namens de directeur genomen, die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis. Het verzuim of de weigering van de directie om het vervoer van een gedetineerde naar een (burgerlijke) rechtbank te regelen, houdt een beklagwaardige beslissing ten aanzien van deze gedetineerde in. De klacht is principieel ontvankelijk.
De klacht is evenwel manifest ongegrond. De oproeping van het directielid tot verzoening voor de vrederechter had geen enkele zin. De vragen die de klager stelde, werden door het inrichtingshoofd beantwoord. Weliswaar ging de klager niet akkoord met dit antwoord. Niettemin was het vredegerecht niet de geëigende instantie om een ‘verzoening’ te verkrijgen. Een verplaatsing naar het vredegerecht had overigens alleen al door de afwezigheid van het directielid dat werd opgeroepen, geen zin.