Ga verder naar de inhoud

BC/22-0235

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
ANDERE BESLISSING DIRECTEUR - ONTVANKELIJKHEID - REKENINGEN

De beslissing bedoeld in artikel 148 van de basiswet is elke beslissing, door of namens de directeur genomen, die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis. Een gedetineerde kan dus ook een ontvankelijk beklag indienen tegen het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen die betrekking heeft op zijn rechtspositie binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis, wanneer op de directie de verplichting rust tot het nemen van een beslissing. Op de directie kan een dergelijke verplichting rusten op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling die uitdrukkelijk aan de directie oplegt een beslissing te nemen. Een dergelijke verplichting kan ook bestaan wanneer, rekening houdend met alle omstandigheden, de directie een beslissing had moeten nemen om de rechten van de gedetineerde en een menswaardige detentie te waarborgen. De loutere vaststelling dat een bepaalde praktijk ten aanzien van alle gedetineerden in een afdeling wordt toegepast, brengt nog niet mee dat de klager zich niet kan beklagen over het verzuim van de directie om een beslissing te nemen die noodzakelijk is om zijn rechten te waarborgen. De klacht is dan ook principieel ontvankelijk.
Artikel 46, §3, van de basiswet bepaalt dat het inrichtingshoofd en de personen die instaan voor het beheer van de individuele rekening van de gedetineerde tot een discretieplicht gehouden zijn. De klacht is gericht tegen het feit dat op de afdeling van de klager het rekeninguittreksel wordt afgedrukt en afgegeven op zo een wijze dat de penitentiaire beambten in de rekening inzage hebben. De klager bracht dit terecht bij de directie ter sprake en de directie nam binnen een redelijke termijn na ontvangst van de vraag de beslissing die de naleving van de discretieplicht zoals bedoeld in artikel 46, §3, van de basiswet waarborgt. De klager ging dan ook voorbarig over tot het indienen van een klacht. De klacht is ongegrond.