Ga verder naar de inhoud

BC/22-0273

Ongegrond Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - PUNTENSYSTEEM - BEWIJS

De beslissing waartegen beroep werd aangetekend is in dit dossier tweeledig. Enerzijds verklaarde de klachtencommissie één van de gronden waarop een tuchtbeslissing gebaseerd werd, nietig. Anderzijds vernietigt de klachtencommissie de toekenning van punten in het kader van het puntensysteem. De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de tuchtbeslissing. Met betrekking tot de toekenning van punten bevestigt ze de beslissing van de klachtencommissie.

Het ging om een klager waarvan een personeelslid opmerkte dat hij iets lichtgevends verstopte. Toen het personeelslid hem wou controleren, barricadeerde de klager de deur van zijn cel en trok hij het winket van de cel omlaag. Uiteindelijk kon de klager gekalmeerd worden. Hij werd aan een fouille onderworpen, waarbij er echter niets gevonden werd. Naar aanleiding van het incident werd er in hoofde van de klager een tuchtbeslissing genomen, die onder andere werd gemotiveerd op basis van het bezit van een gsm-toestel. Daarnaast werden ook een aantal punten toegekend aan de klager, waardoor zijn verblijf in het open regime van de gevangenis in gedrang komt.

Wat de tuchtbeslissing betreft, is de beroepscommissie van oordeel dat het bezit van de gsm wel voldoende bewezen is. Uit het rapport blijkt namelijk duidelijk dat men een lichtscherm kon waarnemen en dat klager het probeerde te verstoppen. Dat men nadien niets vond bij de fouille, doet geen afbreuk aan de eerdere vaststellingen. Op dit punt is de beroepscommissie van oordeel dat het beroep gegrond is.

Wat de toekenning van punten betreft, nam de beroepscommissie eerder het standpunt in dat de toekenning van punten geen beslissing betrof van de directie, maar slechts een administratieve en automatische toepassing van de brochure. De beroepscommissie stelt echter vast dat de directie de brochure niet steeds consequent toepast, waaruit ze toch een zekere beoordelingsmarge voor de directie afleidt. In dat geval is de beslissing van toekenning tot punten een beklagwaardige beslissing.

Vervolgens rijst de vraag of de beslissing wettelijk en redelijk is.

Ten eerste is de beroepscommissie van oordeel dat de beslissing geen wettelijke grondslag heeft. Bovendien zorgt de willekeurige toepassing van de brochure voor een uitholling van de rechtszekerheid. In bijkomende orde moet de beslissing in ieder geval gemotiveerd zijn, wat hier niet het geval is. De beslissing tot toekenning van punten is daarom niet conform de wet. Het zou een ordemaatregel kunnen zijn, omdat het als onmiddellijk gevolg wel een ontradingseffect heeft. Het is dan wel essentieel dat de maatregel onmiddellijk wordt uitgevoerd. De beroepscommissie is van oordeel dat er geen sprake is van een dubbele sanctie, omdat de toekenning van punten niet de bestraffing voor ogen heeft, maar wel het bewaren van de orde en veiligheid.

De beroepscommissie beoordeelt het beroep op dit punt als ontvankelijk, maar ongegrond. Ze bevestigt de beslissing van de klachtencommissie van Leuven Centraal, deels op andere gronden.