Ga verder naar de inhoud

BC/23-0045

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT - TERMIJN - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

De klachtencommissie heeft de tuchtbeslissing vernietigd. De directie heeft volgens haar geen zorgvuldige bewijsverzameling en -waardering heeft gedaan, omdat het rapport niet snel genoeg is voorgelegd aan de directeur. Het is namelijk niet binnen de twee dagen (zoals vermeld in CB 124) voorgelegd aan de directeur. De collectieve brief voorziet echter geen sanctie voor het niet naleven van deze termijn. Hieruit dient afgeleid dat het gaat om een termijn van orde en niet om een vervaltermijn.

In dit dossier heeft het overschrijden van de termijn van twee dagen niet gezorgd voor een onredelijke vertraging in het dossier. De mededeling van de tuchtprocedure is namelijk doorgegaan binnen de termijn van 7 dagen en ook de zitting kon plaatsvinden binnen de wettelijke termijn. Er verliepen slechts 10 dagen tussen het RAD en de uiteindelijke tuchtbeslissing, wat een redelijke termijn is. Daarnaast brengt klaagster geen elementen aan die erop wijzen dat zij door de laattijdige kennisgeving van het rapport geschaad is in haar belangen. Ook tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelde de advocaat van klaagster enkel de vraag waarom dit zo was, maar gaf hij verder niet aan waarom dat nadelig zou zijn voor klaagster.

De beroepscommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing door de laattijdige kennisgeving van het RAD niet nietig is.

Het beroep van het inrichtingshoofd is gegrond.