OVERPLAATSING
De wet externe rechtspositie geeft, bij de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, aan de strafuitvoeringsrechtbank de bevoegdheid te beslissen over de vrijheidsbeneming of over de invrijheidstelling onder toezicht (art. 95/2 WERP).
De beslissing die de strafuitvoeringsrechtbank op basis van de voorgelegde adviezen neemt, moet dan ook de leidraad zijn bij de beoordeling door de penitentiaire administratie van het verzoek tot overplaatsing.
Het verweer van de directeur-generaal houdt voor de beoordeling van het nut, de wenselijkheid of noodzaak van een pretherapie die alleen in het penitentiair schoolcentrum van Hoogstraten wordt aangeboden, geen rekening met de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank en de adviezen die aan die beslissing voorafgingen. Bij de beoordeling van de wenselijkheid van een verblijf te Hoogstraten zal de strafuitvoeringsrechtbank ook rekening hebben gehouden met het open karakter van deze gevangenis. Ook wat het risico op ontvluchting betreft, moet de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank de leidraad zijn bij de beoordeling door de penitentiaire administratie van het verzoek tot overplaatsing.
De bestreden beslissing motiveert niet afdoende waarom de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank, die besluit tot de wenselijkheid en noodzaak van de pretherapie die in de gevangenis van Hoogstraten wordt aangeboden, niet als leidraad werd genomen voor de beoordeling van het verzoek tot overplaatsing. De bestreden beslissing is evenmin gesteund op latere adviezen of inlichtingen van de PSD die voor de beoordeling van het verzoek tot overplaatsing van belang kunnen zijn.
De bestreden beslissing wordt dan ook vernietigd en de directeur-generaal wordt opgedragen overeenkomstig artikel 164, ยง2, van de basiswet een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De wet externe rechtspositie geeft, bij de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, aan de strafuitvoeringsrechtbank de bevoegdheid te beslissen over de vrijheidsbeneming of over de invrijheidstelling onder toezicht (art. 95/2 WERP).
De beslissing die de strafuitvoeringsrechtbank op basis van de voorgelegde adviezen neemt, moet dan ook de leidraad zijn bij de beoordeling door de penitentiaire administratie van het verzoek tot overplaatsing.
Het verweer van de directeur-generaal houdt voor de beoordeling van het nut, de wenselijkheid of noodzaak van een pretherapie die alleen in het penitentiair schoolcentrum van Hoogstraten wordt aangeboden, geen rekening met de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank en de adviezen die aan die beslissing voorafgingen. Bij de beoordeling van de wenselijkheid van een verblijf te Hoogstraten zal de strafuitvoeringsrechtbank ook rekening hebben gehouden met het open karakter van deze gevangenis. Ook wat het risico op ontvluchting betreft, moet de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank de leidraad zijn bij de beoordeling door de penitentiaire administratie van het verzoek tot overplaatsing.
De bestreden beslissing motiveert niet afdoende waarom de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank, die besluit tot de wenselijkheid en noodzaak van de pretherapie die in de gevangenis van Hoogstraten wordt aangeboden, niet als leidraad werd genomen voor de beoordeling van het verzoek tot overplaatsing. De bestreden beslissing is evenmin gesteund op latere adviezen of inlichtingen van de PSD die voor de beoordeling van het verzoek tot overplaatsing van belang kunnen zijn.
De bestreden beslissing wordt dan ook vernietigd en de directeur-generaal wordt opgedragen overeenkomstig artikel 164, ยง2, van de basiswet een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.