Ga verder naar de inhoud

BC/23-0064

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
VERBODEN COMMUNICATIEMIDDELEN - DEELNAME TUCHTRECHTELIJKE INBREUK

In dit dossier bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie. Die laatste had de oorspronkelijke klacht gegrond verklaard. Het beroep, ingediend door het inrichtingshoofd, werd vervolgens ook ongegrond bevonden.

Het ging om het feit dat de klager te zien was op beelden uit de gevangenis die circuleerden op sociale media. Uit de beelden viel duidelijk af te leiden dat de klager zich bewust was van het feit dat hij gefilmd werd, gelet op zijn gemoedelijke interactie met de camera. Hij kreeg hiervoor een tuchtstraf omwille van deelname aan een tuchtrechtelijke inbreuk, namelijk het bezit van technologische middelen die communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. De klachtencommissie oordeelde echter dat er geen sprake kan zijn van deelneming, gezien niet blijkt dat de klager de gsm in handen heeft gehad. De beroepscommissie volgt die zienswijze en bevestigt dat de aanwezigheid op het filmpje door klager niet impliceert dat hij ook deelnam aan het binnensmokkelen van de gsm of dat het bezit ervan aan hem kan worden toegewezen. Evenmin wordt hierdoor bewezen dat hij hielp met het maken van het filmpje.

Om die redenen verklaart de beroepscommissie het beroep ongegrond, waardoor de beslissing van de klachtencommissie overeind blijft.