Ga verder naar de inhoud

BC/23-0199

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT

De beroepscommissie stelt in navolging van het inrichtingshoofd vast dat klager geenszins wordt verweten in het bezit te zijn van verboden substanties.
In de bestreden tuchtbeslissing is er enkel sprake van motieven met betrekking tot ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee’ (artikel 129, 1° Basiswet).
Er wordt op geen enkele wijze verwezen naar de tuchtinbreuk van ‘het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ (artikel 129, 7°).
Ook in de uitspraak van de klachtencommissie wordt in essentie geoordeeld dat de directie de feiten kon kwalificeren als een bedreiging van de fysieke integriteit van personen.