Ga verder naar de inhoud

BC/23-0213

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
ARBEID

Klager stelt geen werk toegewezen te krijgen. De beroepscommissie meent dat dit, in tegenstelling tot het oordeel van de klachtencommissie, niet moet aanzien worden als een beslissing (namens de directie) maar als een verzuim om (namens de directie) een beslissing te nemen. Of een verzuim om een beslissing te nemen (namens de directie) ontvankelijk is, moet beoordeeld worden in het licht van een eventuele schending van de wettelijke of redelijke termijn. De penitentiaire realiteit toont dat er slechts een beperkt aanbod van arbeid is, zodat men genoodzaakt is om met wachtlijsten en technische werkloosheid te werken. De basiswet koppelt hier geen termijn aan. Aangezien er geen sprake is van een overschrijding van enige wettelijke termijn, moet aldus de redelijkheid van de termijn beoordeeld worden in het licht van de omstandigheden. Klager stelt op het moment van zijn klacht drie en een half maanden werkloos te zijn. Uit het dossier blijkt echter dat klager die periode wel, het zij beperkt, heeft gewerkt. Klager blijkt een trage werker te zijn. Bovendien is er sowieso weinig werk beschikbaar in de werkhuizen en kan de directie hier niet aan verhelpen. Om die redenen is de termijn niet onredelijk.

De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de klachtencommissie en verklaart de oorspronkelijke klacht alsnog onontvankelijk.

Het beroep is ongegrond.