Ga verder naar de inhoud

BC/23-0244

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De directeur beschikt over een discretionaire bevoegdheid bij het toewijzen van arbeid aan een bepaalde gedetineerde. Hij oordeelt dus vrij over de geschiktheid van de betrokken gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats of in een bepaalde (vertrouwens)functie. De directie heeft klager ontslagen uit zijn functie na een rapport aan de directeur. De beroepscommissie ziet in de motivering van de ordemaatregel geen intentie om klager te bestraffen en beschouwt de ordemaatregel tot ontslag dan ook niet als een verdoken tuchtmaatregel. De wet schrijft daarnaast ook geen strikt te volgen procedure voor een ordemaatregel. Klager dient dus niet eerst gehoord te worden.

Het beroep is ontvankelijk, maar ongegrond. De beroepscommissie ziet geen elementen die aantonen dat de ordemaatregel tot afzetting van werk in strijd is met de wet, noch met de redelijkheid en billijkheid.