Ga verder naar de inhoud

BC/23-0259

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Overplaatsing
OVERPLAATSING

De overwegingen van de strafuitvoeringsrechtbank, ook al hebben zij betrekking op de fase van vrijheidsbeneming waarvoor het directoraat-generaal instaat, dienen als eerste leidraad voor de beoordeling van een verzoek tot overplaatsing. Zolang de strafuitvoeringsrechtbank beslist tot vrijheidsbeneming, is het weliswaar de verantwoordelijkheid van het directoraat-generaal in te staan voor een detentie die de externe veiligheid niet in gevaar brengt door een mogelijke ontvluchting van de gedetineerde. Niettemin kan bij de beoordeling van een verzoek tot overplaatsing dat is gericht op de verwezenlijking van het traject dat de strafuitvoeringsrechtbank vooropstelt, het weze tijdens de detentie, de directeur-generaal niet zonder nieuwe en zwaarwegende gegevens die zorgvuldig tegen de overwegingen van de strafuitvoeringsrechtbank worden afgewogen, voorbijgaan aan de beoordeling van de strafuitvoeringsrechtbank.
Bij de hernieuwde afweging van de wenselijkheid of noodzaak van een pretherapie en het daaraan verbonden risico op ontvluchting bij overplaatsing naar de gevangenis van Hoogstraten waar die pretherapie wordt aangeboden, kon de directeur-generaal op grond van bijkomende gegevens binnen de grenzen van de redelijkheid beslissen dat het verzoek tot overplaatsing in de huidige stand van zaken niet kan worden ingewilligd.