BC/23-0319
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TEGEMOETKOMING
Klager heeft zijn klacht ingediend op een rapportbriefje, waarbij hij tussen de verschillende opties “commissie van toezicht” heeft aangeduid. Het inrichtingshoofd stelt in zijn beroepschrift dat de klachtencommissie er onterecht van uitgegaan is dat de klacht voor haar bestemd was, terwijl ze duidelijk naar de commissie van toezicht gericht is. De beroepscommissie volgt het standpunt van de klachtencommissie dat zij ervan kon uitgaan dat de klacht aan haar gericht is.
Daarnaast is er de vraag of het een geïndividualisserde beslissing van de directeur betreft. Klager richtte zich in zijn klacht niet tegen een specifieke beslissing, maar wel tegen het uitblijven van een beslissing om gepaste psychologische bijstand te voorzien. Volgens de beroepscommissie heeft de directie nagelaten om binnen een redelijke termijn gepaste begeleiding te voorzien, temeer nu zij goed op de hoogte was van de zorgnood van klager en gelet op het feit dat hij pas in oktober in de eigen taal werd bijgestaan, terwijl zijn traumatische ervaring reeds plaatsvond in augustus.
De beroepscommissie bevestigt om die redenen het standpunt van de klachtencommissie en besluit dat er sprake is van een verzuim om gepaste zorg in de eigen taal te voorzien voor klager binnen een redelijke termijn.
Het beroep is ongegrond.
Klager heeft zijn klacht ingediend op een rapportbriefje, waarbij hij tussen de verschillende opties “commissie van toezicht” heeft aangeduid. Het inrichtingshoofd stelt in zijn beroepschrift dat de klachtencommissie er onterecht van uitgegaan is dat de klacht voor haar bestemd was, terwijl ze duidelijk naar de commissie van toezicht gericht is. De beroepscommissie volgt het standpunt van de klachtencommissie dat zij ervan kon uitgaan dat de klacht aan haar gericht is.
Daarnaast is er de vraag of het een geïndividualisserde beslissing van de directeur betreft. Klager richtte zich in zijn klacht niet tegen een specifieke beslissing, maar wel tegen het uitblijven van een beslissing om gepaste psychologische bijstand te voorzien. Volgens de beroepscommissie heeft de directie nagelaten om binnen een redelijke termijn gepaste begeleiding te voorzien, temeer nu zij goed op de hoogte was van de zorgnood van klager en gelet op het feit dat hij pas in oktober in de eigen taal werd bijgestaan, terwijl zijn traumatische ervaring reeds plaatsvond in augustus.
De beroepscommissie bevestigt om die redenen het standpunt van de klachtencommissie en besluit dat er sprake is van een verzuim om gepaste zorg in de eigen taal te voorzien voor klager binnen een redelijke termijn.
Het beroep is ongegrond.