Ga verder naar de inhoud

BC/23-0346

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME

De beroepscommissie verklaarde het beroep ontvankelijk, maar ongegrond.

Het artikel 116 van de basiswet stelt enkele voorwaarden voor het opleggen of hernieuwen van IBVR. Uit de motivering van de beslissing en vertrouwelijke informatie blijkt dat er voldoende elementen zijn die wijzen op een actuele en voortdurende bedreiging van de veiligheid, zoals bijvoorbeeld het risico op ontvluchting. De beroepscommissie vindt het gerechtvaardigd om vertrouwelijke informatie niet ter beschikking te stellen aan de beroepsindiener, omdat dit de veiligheid ernstig in gevaar zou brengen.

De beperkingen op contacten met medegedetineerden en de buitenwereld worden noodzakelijk en redelijk geacht om de veiligheid te waarborgen. De opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregelen worden als onvoldoende beschouwd om het ontvluchtingsrisico en het gevaar voor derden te ondervangen, waardoor het principe van subsidiariteit van het IBVR wordt nageleefd. Ook de procedurele vereisten voor de hernieuwing van een IBVR zijn nageleefd.

Wat de maatregel van observatie om het uur betreft, benadrukt de beroepscommissie dat de basiswet zelf bepaalt dat men deze maatregel enkel kan opleggen met maximaal respect van de nachtrust. Een observatie om de 60 minuten maakt het moeilijk om gedurende een lange aaneensluitende periode te slapen. Om de nachtrust toch maximaal te respecteren, draagt de beroepscommissie op om de beroepsindiener een slaapmasker te bezorgen en om de observatie ’s nachts te beperken tot het schijnen met een zaklamp in de cel van beroepsindiener en enkel over te gaan tot het openen van de celdeur of het ontsteken van het licht in de cel wanneer en als daartoe concrete aanwijzingen zouden zijn bij het kijken met de zaklamp.