OVERPLAATSING - VERTROUWELIJKE INFORMATIE - RECHTEN VAN VERDEDIGING
De beroepscommissie is zich weliswaar bewust van de scheiding van beroepsindiener van zijn echtgenote die om veiligheidsredenen niet mee werd overgeplaatst naar de gevangenis van Hasselt, alsook van de ordemaatregelen die de contacten tussen hen blijven beperken, doch beroepsindiener laat na deze veiligheidsredenen te weerleggen.
Beroepsindiener verweet de directie in zijn bezwaarschrift weliswaar slechts op grond van hypothetische motieven het voorzorgsprincipe te hebben toegepast bij zijn overplaatsing, aangezien er volgens hem geen sprake was van actuele en feitelijke bewijzen.
Hoewel in de beslissing van de DDB nog niet letterlijk werd verwezen naar actuele geheime informatie, wordt in de thans bestreden beslissing - zij het indirect bij wijze van citaat uit de ordemaatregel- evenwel verwezen naar motieven die overeenkomstig artikel 8 van de basiswet niet in de bestreden beslissing werden opgenomen.
Evenwel komt beroepsindiener in zijn beroepschrift thans niet verder dan te wijzen op de impact van de bestreden beslissing op zijn gezinsleven, zonder het veiligheidsrisico dat op grond van deze recente informatie van hem en zijn partner uitgaat, te weerleggen.
Hoewel deze informatie overeenkomstig artikel 8 van de basiswet niet ter beschikking kan worden gesteld van beroepsindiener, verantwoordt dit niet dat hij zich hieromtrent in stilzwijgen hult.
Beroepsindiener betwist aldus geenszins de gegevens op basis waarvan de beslissing tot overplaatsing werd genomen, maar bekritiseert enkel dat hij daardoor op traumatiserende wijze wordt gescheiden van zijn echtgenote.
Conform de mogelijkheid die artikel 8 van de basiswet voorziet, zoals nader uitgewerkt in het KB van 28 december 2016, alsook ter vrijwaring van de rechten van verdediging van beroepsindiener die niet zelf kan kennisnemen van de motieven, werd de informatie waarvan sprake in de bestreden beslissing ingekeken door een lid van de beroepscommissie.
De beroepscommissie is vervolgens van oordeel dat de directeur-generaal zich terecht kon beroepen op deze geactualiseerde vertrouwelijke informatie.
De beroepscommissie is zich weliswaar bewust van de scheiding van beroepsindiener van zijn echtgenote die om veiligheidsredenen niet mee werd overgeplaatst naar de gevangenis van Hasselt, alsook van de ordemaatregelen die de contacten tussen hen blijven beperken, doch beroepsindiener laat na deze veiligheidsredenen te weerleggen.
Beroepsindiener verweet de directie in zijn bezwaarschrift weliswaar slechts op grond van hypothetische motieven het voorzorgsprincipe te hebben toegepast bij zijn overplaatsing, aangezien er volgens hem geen sprake was van actuele en feitelijke bewijzen.
Hoewel in de beslissing van de DDB nog niet letterlijk werd verwezen naar actuele geheime informatie, wordt in de thans bestreden beslissing - zij het indirect bij wijze van citaat uit de ordemaatregel- evenwel verwezen naar motieven die overeenkomstig artikel 8 van de basiswet niet in de bestreden beslissing werden opgenomen.
Evenwel komt beroepsindiener in zijn beroepschrift thans niet verder dan te wijzen op de impact van de bestreden beslissing op zijn gezinsleven, zonder het veiligheidsrisico dat op grond van deze recente informatie van hem en zijn partner uitgaat, te weerleggen.
Hoewel deze informatie overeenkomstig artikel 8 van de basiswet niet ter beschikking kan worden gesteld van beroepsindiener, verantwoordt dit niet dat hij zich hieromtrent in stilzwijgen hult.
Beroepsindiener betwist aldus geenszins de gegevens op basis waarvan de beslissing tot overplaatsing werd genomen, maar bekritiseert enkel dat hij daardoor op traumatiserende wijze wordt gescheiden van zijn echtgenote.
Conform de mogelijkheid die artikel 8 van de basiswet voorziet, zoals nader uitgewerkt in het KB van 28 december 2016, alsook ter vrijwaring van de rechten van verdediging van beroepsindiener die niet zelf kan kennisnemen van de motieven, werd de informatie waarvan sprake in de bestreden beslissing ingekeken door een lid van de beroepscommissie.
De beroepscommissie is vervolgens van oordeel dat de directeur-generaal zich terecht kon beroepen op deze geactualiseerde vertrouwelijke informatie.