Ga verder naar de inhoud

BC/24-0008

Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie Overplaatsing
OVERPLAATSING - GEINTERNEERDE - RECHTSMACHT - PREJUDICIELE VRAAG - BELANG

Vooraleer te oordelen over de ontvankelijkheid van het beroep, stelt de beroepscommissie de volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof:
Schendt artikel 167, § 2, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, al dan niet in samenhang met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, doordat het de mogelijkheid van bezwaar en beroep, zoals bedoeld in de artikelen 18 en 163 tot 166 van die wet, ten aanzien van geïnterneerde personen uitsluit in die gevallen waarin de penitentiaire administratie, binnen de beoordelingsruimte die de beslissing van de Kamer tot bescherming van de maatschappij haar verleent, beslist in welke gevangenis of afdeling tot bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon van zijn vrijheid wordt beroofd waardoor deze, anders dan de veroordeelde gedetineerde, niet beschikt over een aan zijn positie aangepast rechtsmiddel om de discretionaire beslissing van de penitentiaire administratie door een onafhankelijke rechtsinstantie, met name de beroepscommissie, te laten toetsen?

Bij arrest nr. 16/2025 van 30 januari 2025 zond het Grondwettelijk Hof de zaak terug naar de beroepscommissie, die partijen verzocht om standpunt in te nemen omtrent het belang van beroepsindiener, nadat hem blijkens de Ministerrraad tijdens de procedure voor het Grondwettelijk hof een invrijheidsstelling op proef werd toegekend.

De beroepscommissie kan enkel vaststellen dat beroepsindiener bij monde van zijn raadsman zelf aangeeft geen belang meer te hebben bij zijn beroep tegen de beslissing van de directeur-generaal van 11 januari 2024.
Daaruit volgt tot slot dat de eerder gestelde prejudiciële vraag in casu geen antwoord meer behoeft, nu de beroepscommissie niet meer over de formele ontvankelijkheid van het beroep hoeft te oordelen.