Ga verder naar de inhoud

BC/24-0021

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Geen beslissing directeur
KANTINE

Het beroep van de gedetineerde is gericht tegen de beslissing van de klachtencommissie die een klacht tegen enerzijds het niet-krijgen van een prijsverschil van € 20,00 van een besteld voorwerp via de kantine en anderzijds het niet ontvangen van aankoopbewijzen niet ontvankelijk verklaarde.

Wat betreft het niet-krijgen van een prijsverschil van € 20,00, stelt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht ten onrechte niet ontvankelijk heeft verklaard. De gedetineerde beklaagde zich duidelijk over de afrekening van een specifieke kantine. De kantinedienst is een dienst die onder verantwoordelijkheid van de directie ageert. De initiële klacht van de gedetineerde was bovendien gegrond. Een correcte en behoorlijke verschaffing van gebruiks- en verbruiksgoederen door de kantinedienst van de gevangenis houdt in dat de goederen worden aangerekend tegen de prijs die op het bestelformulier wordt vermeld en dat voor zover geen vaste prijs kan worden gewaarborgd, het bestelformulier in het nodige voorbehoud voorziet. De fout voor de verkeerde afrekening ligt volgens de beroepscommissie niet bij klager. Dit deel van het beroep is ontvankelijk en gegrond.

Wat betreft het niet ontvangen van aankoopbewijzen, stelt de beroepscommissie dat de klachtencommissie dit deel van de klacht terecht niet ontvankelijk verklaarde, aangezien de gedetineerde op geen enkele wijze aannemelijk maakt hij reeds aankoopbewijzen opvroeg bij de directie of kantinedienst. Er kon in de klacht geen beslissing of verzuim in de zin van artikel 148 Basiswet onderscheiden worden. Dit deel van het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.