Ga verder naar de inhoud

BC/24-0065

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID

Het niet antwoorden op om het even welk rapportbriefje maakt niet ipso facto een verzuim van de directie uit tot het nemen van een beslissing, waartegen beklag mogelijk is. De directie heeft het door klager bijgebrachte rapportbriefje bovendien beantwoord door klager door te verwijzen naar de paviljoensdirecteur. De beroepscommissie ziet geen aanwijzing in het dossier waaruit blijkt dat klager het probleem heeft aangekaart bij de paviljoensdirecteur.

Klager heeft het in zijn initiële klacht, alsook in zijn beroepschrift, over 3 klachten die hij ingediend heeft tegen de toenmalige paviljoendirecteur of tegen de zorgverlener. Deze klachten werden onontvankelijk (KC21/23-0095 en KC21/23-0135) en ongegrond verklaard (KC21/23-0066). Deze klachten handelden allemaal over de geluidshinder die klager ervaart. Aangezien uit de initiële klacht van klager blijkt dat hij het opnieuw heeft over geluidshinder en hij geen nieuwe omstandigheden of recente ontwikkelingen aankaart, meent de beroepscommissie dat deze vermeende verzuimen reeds behandeld zijn in voornoemde klachtendossiers.

De beroepscommissie merkt op dat de overige zaken die klager opwerpt betreffende het recht op zorg het voorwerp van de initiële klacht ruim overstijgen. De beroepscommissie kan deze zaken bijgevolg niet behandelen.

Wat de beslissing van de maandcommissaris betreft om de bemiddeling stop te zetten, wenst de beroepscommissie vooreerst te benadrukken dat bemiddeling geen resultaatsverbintenis met zich brengt. Daarenboven geeft klager zelf aan dat het de maandcommissaris is die de bemiddeling heeft stopgezet. Er is dus hoe dan ook geen sprake van een beslissing door of namens de directie waartegen beklag open staat.

De klachtencommissie verklaarde de klacht terecht niet-ontvankelijk.