Ga verder naar de inhoud

BC/24-0092

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie
OVERPLAATSING - MOTIVERING

In de beslissing tot plaatsing vanwege de DBB stelt men dat onder andere dat de beroepsindiener niet langer in de gevangenis van Gent kan verblijven omwille van het feit dat dit een arresthuis betreft, en de beroepsindiener naar een strafhuis moet worden overgebracht.

In het bezwaar van beroepsindiener wordt er uitvoerig ingegaan op de niet-definitieve hechtenistoestand van beroepsindiener. De beroepsindiener stelt dat er nog zaken hangende zijn, en staaft dit met stukken. De directeur-generaal laat na op dit argument te antwoorden. De beroepscommissie beschouwt deze repliek nochtans als essentieel omwille van het feit dat de beslissing tot plaatsing onder andere ingegeven is door het feit dat de beroepsindiener niet langer in een arresthuis kan verblijven.

Tevens is de beroepscommissie van oordeel dat de directeur-generaal geen afdoende antwoord biedt op de vrees dat beroepsindiener geen bezoek meer kan ontvangen van zijn moeder, noch van zijn zoontje. Ook op de vrees van beroepsindiener dat hij niet naar zijn zittingen zal worden overgebracht, wordt niet geantwoord.

Het beroep is gegrond. De beroepscommissie draagt de directeur-generaal op om een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdend met de elementen in deze beslissing.