BC/24-0102
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Ordemaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - ORDEMAATREGEL
De beroepscommissie beoordeelt het beroep ontvankelijk, maar ongegrond en bevestigt de beslissing van de klachtencommissie.
De beroepscommissie sluit zich aan bij de redenering van de klachtencommissie dat er op het moment van vernietiging van het IBVR nog steeds voldoende elementen waren die konden gelden als ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of veiligheid, zowel ter verantwoording van de BVM als van de ordemaatregel. De directie mocht zich hiervoor baseren op vertrouwelijke informatie die destijds werd gebruikt voor het opstarten van het IBVR. De beroepscommissie is van oordeel dat de basiswet niet belet dat men na een vernietiging van een IBVR een bijzondere veiligheidsmaatregel neemt, mits deze evenredig is met de bedreiging en niet langer duurt dan strikt noodzakelijk. De opgelegde maatregelen zijn proportioneel en niet strijdig met artikel 3 EVRM.
De combinatie van de bijzondere veiligheidsmaatregel en de ordemaatregel plaatst de klager in een isolatie, vergelijkbaar met een IBVR. Hoewel de basiswet de combinatie van deze maatregelen niet expliciet verbiedt, moet men waakzaam zijn dat de rechtsbescherming en waarborgen van gedetineerden niet worden uitgehold. De beroepscommissie stelt vast dat de penitentiaire administratie zo snel mogelijk het systeem van de IBVR opnieuw heeft opgestart om een acuut veiligheidsprobleem op te lossen en hier dus geen misbruik van heeft gemaakt om op die manier de waarborgen van de gedetineerden uit te hollen.
De beroepscommissie beoordeelt het beroep ontvankelijk, maar ongegrond en bevestigt de beslissing van de klachtencommissie.
De beroepscommissie sluit zich aan bij de redenering van de klachtencommissie dat er op het moment van vernietiging van het IBVR nog steeds voldoende elementen waren die konden gelden als ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of veiligheid, zowel ter verantwoording van de BVM als van de ordemaatregel. De directie mocht zich hiervoor baseren op vertrouwelijke informatie die destijds werd gebruikt voor het opstarten van het IBVR. De beroepscommissie is van oordeel dat de basiswet niet belet dat men na een vernietiging van een IBVR een bijzondere veiligheidsmaatregel neemt, mits deze evenredig is met de bedreiging en niet langer duurt dan strikt noodzakelijk. De opgelegde maatregelen zijn proportioneel en niet strijdig met artikel 3 EVRM.
De combinatie van de bijzondere veiligheidsmaatregel en de ordemaatregel plaatst de klager in een isolatie, vergelijkbaar met een IBVR. Hoewel de basiswet de combinatie van deze maatregelen niet expliciet verbiedt, moet men waakzaam zijn dat de rechtsbescherming en waarborgen van gedetineerden niet worden uitgehold. De beroepscommissie stelt vast dat de penitentiaire administratie zo snel mogelijk het systeem van de IBVR opnieuw heeft opgestart om een acuut veiligheidsprobleem op te lossen en hier dus geen misbruik van heeft gemaakt om op die manier de waarborgen van de gedetineerden uit te hollen.