BC/24-0320
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Ordemaatregel
Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL – FOUILLE LICHAAM – UITVOERING – REGIMEMUTATIE – TUCHT
Klager dient beroep in tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij vier klachten ontvankelijk, maar niet gegrond werden verklaard.
De eerste klacht ging over een voorlopige maatregel, waarbij klager in de beveiligde cel werd geplaatst. De beroepscommissie merkt op dat uit de feiten, die voldoende uitgebreid in de beslissing tot voorlopige maatregel werden uiteengezet, duidelijk blijkt welke ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid er was. In de voorlopige maatregel wordt terecht vermeld dat er een risico bestond voor zowel klager zelf als voor het personeel en eventueel andere gedetineerden (klager stond met een scherf in zijn hand en had zichzelf reeds verwond). Het begrip interne veiligheid slaat o.a. op de ‘fysieke integriteit van personen’ en zodoende ook op de integriteit van klager zelf. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
De tweede klacht ging over de uitvoering van een fouillering op het lichaam. De beroepscommissie gaat uitgebreid in op de ontvankelijkheid van een dergelijke klacht. Zij zet uitvoerig uiteen waarom zij een arrest van de Franstalige Kamer van de Raad van State, die oordeelde dat geen ontvankelijk beklag kan worden ingediend tegen de uitvoering van een celcontrole, niet volgt en waarom zij meent dat dergelijke klachten wel degelijk ontvankelijk zijn. De beroepscommissie volgt de klachtencommissie vervolgens in haar oordeel dat de klacht niet gegrond was, aangezien er geen redenen waren om te twijfelen aan de bevestiging van de directie dat er geen verpleegster aanwezig was tijdens de uitvoering van de fouillering op het lichaam van klager. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
De derde klacht ging over een ordemaatregel, waarbij klager intern werd gemuteerd van het open regime naar het gesloten regime. De beroepscommissie stelt vast dat de ordemaatregel uitgebreid werd gemotiveerd en dat de directie voldoende heeft verduidelijkt op basis van welk concreet gedrag van klager zij meende dat zijn verdere verblijf op een open afdeling niet langer mogelijk was. Er was geen bestraffend karakter. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
De vierde klacht ging over een tuchtbeslissing van veertien dagen ATV, wegens twee tuchtinbreuken van eerste categorie en twee tuchtinbreuken van tweede categorie. De beroepscommissie stelt vast dat klager zichzelf doorheen de verschillende procedures heeft tegengesproken en hij niet eenduidig heeft verklaard welke zaken er wel of niet zouden gebeurd zijn. De beroepscommissie ziet ook, zoals de klachtencommissie, geen reden om te twijfelen aan de vaststellingen van de verschillende personeelsleden. De RAD’s zijn voldoende uitgebreid en gedetailleerd. Het beroep is ook op dit vlak niet gegrond.
Klager dient beroep in tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij vier klachten ontvankelijk, maar niet gegrond werden verklaard.
De eerste klacht ging over een voorlopige maatregel, waarbij klager in de beveiligde cel werd geplaatst. De beroepscommissie merkt op dat uit de feiten, die voldoende uitgebreid in de beslissing tot voorlopige maatregel werden uiteengezet, duidelijk blijkt welke ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid er was. In de voorlopige maatregel wordt terecht vermeld dat er een risico bestond voor zowel klager zelf als voor het personeel en eventueel andere gedetineerden (klager stond met een scherf in zijn hand en had zichzelf reeds verwond). Het begrip interne veiligheid slaat o.a. op de ‘fysieke integriteit van personen’ en zodoende ook op de integriteit van klager zelf. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
De tweede klacht ging over de uitvoering van een fouillering op het lichaam. De beroepscommissie gaat uitgebreid in op de ontvankelijkheid van een dergelijke klacht. Zij zet uitvoerig uiteen waarom zij een arrest van de Franstalige Kamer van de Raad van State, die oordeelde dat geen ontvankelijk beklag kan worden ingediend tegen de uitvoering van een celcontrole, niet volgt en waarom zij meent dat dergelijke klachten wel degelijk ontvankelijk zijn. De beroepscommissie volgt de klachtencommissie vervolgens in haar oordeel dat de klacht niet gegrond was, aangezien er geen redenen waren om te twijfelen aan de bevestiging van de directie dat er geen verpleegster aanwezig was tijdens de uitvoering van de fouillering op het lichaam van klager. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
De derde klacht ging over een ordemaatregel, waarbij klager intern werd gemuteerd van het open regime naar het gesloten regime. De beroepscommissie stelt vast dat de ordemaatregel uitgebreid werd gemotiveerd en dat de directie voldoende heeft verduidelijkt op basis van welk concreet gedrag van klager zij meende dat zijn verdere verblijf op een open afdeling niet langer mogelijk was. Er was geen bestraffend karakter. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
De vierde klacht ging over een tuchtbeslissing van veertien dagen ATV, wegens twee tuchtinbreuken van eerste categorie en twee tuchtinbreuken van tweede categorie. De beroepscommissie stelt vast dat klager zichzelf doorheen de verschillende procedures heeft tegengesproken en hij niet eenduidig heeft verklaard welke zaken er wel of niet zouden gebeurd zijn. De beroepscommissie ziet ook, zoals de klachtencommissie, geen reden om te twijfelen aan de vaststellingen van de verschillende personeelsleden. De RAD’s zijn voldoende uitgebreid en gedetailleerd. Het beroep is ook op dit vlak niet gegrond.