Ga verder naar de inhoud

BC/24-0330

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL – MOTIVERING

Het inrichtingshoofd diende beroep in tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht van klager tegen een voorlopige maatregel gegrond werd verklaard. De beroepscommissie kan de klachtencommissie volgen in haar oordeel dat er geen enkel individueel element werd aangehaald waaruit blijkt dat de interne veiligheid werd aangetast. De loutere aanwezigheid van verboden substanties, ook al blijkt uit de omstandigheden dat deze net geconsumeerd werden, leidt voor de beroepscommissie niet per definitie tot een kwalificatie als een ernstige aantasting van de interne veiligheid die het opleggen van een voorlopige maatregel rechtvaardigt. Loutere vaststellingen van bezit of consumptie zonder dat hieruit een concreet risico blijkt voor de fysieke integriteit van de gedetineerde zelf of anderen, volstaat niet. De enkele geur van een joint volstaat voor de beroepscommissie niet om te vermoeden dat betrokkene deelneemt aan een netwerk of illegale handel. Een dergelijke veralgemeende motivering mist feitelijke grondslag en lijkt in strijd met de zorgvuldigheid en individualisering die van een voorlopige maatregel mag verwacht worden. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.