Ga verder naar de inhoud

BC/24-0331

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie
OVERPLAATSING - COLLECTIEVE ACTIE - ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL

De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat de verwijdering van beroepsindiener uit de gevangenis van Beveren gebeurde naar aanleiding van een vermeende collectieve actie in de zin van artikel 129 6° van de basiswet. Maar er zijn in de basiswet geen beperkingen gesteld aan het aantal klachten, daarnaast hebben gedetineerden het recht om samen hun belangen te verdedigen, voor zover het gaat om een collectieve actie onder de vorm van een legitiem vreedzaam protest, zonder gevaar voor de orde of veiligheid binnen de inrichting. De directeur(-generaal) toont niet aan dat de acties van beroepsindiener voor het overige de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar hebben gebracht. De gevraagde verwijdering doet zich voor als een verdoken (dubbele) tuchtsanctie voor het vermeende aanzetten tot collectieve acties in de zin van artikel 129 6° van de basiswet.

De beroepscommissie wijst er op dat het klachtenrecht en het recht op toegang tot een rechter worden ondermijnd, wanneer gedetineerden worden gesanctioneerd voor het neerleggen van een meerdere (al dan niet collectieve) klachten.

Zelfs indien uit het tuchtdossier zou blijken dat er anderszins daadwerkelijk sprake zou zijn geweest van het aanzetten tot collectieve acties in de zin van artikel 129, 6° van de basiswet en de directeur-generaal op grond van haar ruime discretionaire bevoegdheid ter zake zou kunnen oordelen dat zijn behoud in de PI Beveren daardoor -in combinatie met zijn eerder uitgebreide tuchtregister- onhoudbaar is geworden, dan stelt zich vervolgens de vraag waarom beroepsindiener uitgerekend naar de PI Dendermonde werd overgeplaatst. De beroepsindiener zette namelijks bezwaar uiteen dat daar een gedetineerde aanwezig is die werd veroordeeld voor zedenfeiten ten aanzien van zijn destijds minderjarige dochter, die aldus niet meer op bezoek zou kunnen komen en hetgeen tot conflicten zou kunnen leiden bij confrontatie. De directeur-generaal is dan ook niet na een zorgvuldige afweging van alle in het geding betrokken belangen en niet in redelijkheid tot de bestreden beslissing kunnen komen, zodat deze vernietigd dient te worden.

De beslissing van de directeur-generaal van 22 september 2024 naar aanleiding van een bezwaarschrift tegen een beslissing tot overplaatsing naar de gevangenis van Nieuw Dendermonde wordt dan ook vernietigd. De beroepscommissie draagt de directeur-generaal op om een nieuwe beslissing te nemen overeenkomstig artikel 164 §2 van de basiswet, met inachtneming van deze uitspraak.