Ga verder naar de inhoud

BC/24-0398

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT - RECHT OP TEGENSPRAAK

Artikel 144, ยง 4, van de Basiswet bevestigt de toepassing in penitentiaire tuchtzaken van het algemeen beginsel betreffende het recht van verdediging. Een tuchtstraf kan pas worden opgelegd nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gekregen zich nuttig te verdedigen ten aanzien van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen.
Het recht van verdediging houdt onder meer in dat de gedetineerde kennis krijgt van al hetgeen in verband met zijn zaak aan de directie ter kennis wordt gebracht en dat de gedetineerde over de tenlastelegging tegenspraak kan voeren. Dit impliceert dat de directie haar beslissing slechts steunt op gegevens die aan de tegenspraak zijn onderworpen. Het recht van verdediging van de gedetineerde is geschonden als de gedetineerde geen tegenspraak heeft kunnen voeren over gegevens die van essentieel belang konden zijn voor de beoordeling van de tenlastelegging en de geloofwaardigheid van zijn verweer.
De motivering van de bewezenverklaring steunt op feitelijke gegevens over een vechtpartij die als zodanig niet in het rapport aan de directeur worden vermeld en die overigens een tegenstrijdigheid bevatten. In het bijzonder verwijst de motivering voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van klagers verweer naar de verklaring van de medegedetineerde die het slachtoffer werd van de vechtpartij, een verklaring die niet aan de klager werd meegedeeld en waarover hij niet werd gehoord. De directie heeft zich bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het verweer van de klager en voor de precieze omschrijving van de feiten dan ook gesteund op gegevens die niet aan de tegenspraak werden onderworpen.
Het uitgangspunt van het inrichtingshoofd dat de directeur op basis van het rapport aan de directeur een tuchtrechtelijke inbreuk kon vaststellen en sanctioneren, is een veronderstelling die niets afdoet aan de vaststelling dat de bestreden beslissing ook steunt op niet aan de tegenspraak onderworpen gegevens die van belang werden geacht voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van klagers verweer. Het kan bijgevolg niet worden aangenomen dat deze niet aan de tegenspraak onderworpen gegevens geen invloed hadden op de bewezenverklaring van de feiten, hun kwalificatie of de bestraffing ervan.
De klachtencommissie besloot terecht tot gegrondverklaring van de klacht.