Ga verder naar de inhoud

BC/24-0403

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
STAKING - KANTINE

Uit het (in artikel 47, § 1, van de Basiswet bepaalde) recht van de gedetineerde “binnen de door het huishoudelijk reglement bepaalde perken, op eigen kosten gebruiks- en verbruiksgoederen aan te schaffen uit een aanbod dat door tussenkomst van een in elke gevangenis in te richten kantinedienst wordt verstrekt en dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de behoeften van de gedetineerden” vloeit niet voort dat elke verstoring van de gebruikelijke werking van de kantinedienst waardoor de klager zijn gewenste bestelling niet kon plaatsen, in strijd is met de Basiswet.
De voortzetting van de gebruikelijke kantinedienst wordt evenmin opgelegd door de minimumdienstverlening tijdens stakingen (artikel 17 van de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel).
De directie lichtte toe dat de staking meebracht dat er in die week onvoldoende werkdagen waren om alle gebruikelijke kantines te kunnen bedelen en dat de gedetineerden hiervan schriftelijk op de hoogte werden gebracht.
Het is niet aangetoond dat de directie redelijkerwijze de kantines zó had moeten organiseren dat ook de kantine voor groenten en fruit normaal had kunnen worden geleverd of dat de directie meer op voorhand de gedetineerden van de schrapping van de kantine op de hoogte had kunnen brengen (zodat de gedetineerden daarmee bij een vorige bestelling rekening hadden kunnen houden).