BC/24-0434
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
SCHADE - BEWIJS
Wanneer de technische dienst op 14 augustus 2024 schade aan de koelkast vaststelde, maar de ‘beslissing tot betaling schadevergoeding’ slechts op 11 oktober 2024 werd genomen, zonder dat blijkt wanneer aan de klager van deze beslissing kennis werd gegeven en uit niets blijkt dat de klager eerder ervan op de hoogte werd gesteld dat de koelkast door zijn fout niet meer koelde, is er sprake van een aanzienlijk tijdsverloop dat aan de klager de mogelijkheid ontneemt om een gefundeerde betwisting over de oorzaak van de gebrekkige werking van de koelkast te voeren. De klager kan dan ook redelijkerwijze niet worden aangesproken voor een schade die al twee maanden eerder werd vastgesteld, maar waarvan hij al die tijd geen kennis kreeg.
Voor de schade aan de HDMI-kabel die op 18 oktober 2024 werd vastgesteld en waarvoor de ‘beslissing tot betaling schadevergoeding’ dateert van 30 oktober 2024, is geen sprake van een onredelijk lang tijdsverloop. De directie legde ook een stuk voor waaruit de schade aan de kabel blijkt. Hierop is duidelijk te zien dat de connector van de kabel heel sterk werd geplooid. Dat deze schade zou zijn ontstaan door slijtage, zoals de klager aanvoert, is niet geloofwaardig. Alleen op dit punt is het beroep van het inrichtingshoofd gegrond.
Wanneer de technische dienst op 14 augustus 2024 schade aan de koelkast vaststelde, maar de ‘beslissing tot betaling schadevergoeding’ slechts op 11 oktober 2024 werd genomen, zonder dat blijkt wanneer aan de klager van deze beslissing kennis werd gegeven en uit niets blijkt dat de klager eerder ervan op de hoogte werd gesteld dat de koelkast door zijn fout niet meer koelde, is er sprake van een aanzienlijk tijdsverloop dat aan de klager de mogelijkheid ontneemt om een gefundeerde betwisting over de oorzaak van de gebrekkige werking van de koelkast te voeren. De klager kan dan ook redelijkerwijze niet worden aangesproken voor een schade die al twee maanden eerder werd vastgesteld, maar waarvan hij al die tijd geen kennis kreeg.
Voor de schade aan de HDMI-kabel die op 18 oktober 2024 werd vastgesteld en waarvoor de ‘beslissing tot betaling schadevergoeding’ dateert van 30 oktober 2024, is geen sprake van een onredelijk lang tijdsverloop. De directie legde ook een stuk voor waaruit de schade aan de kabel blijkt. Hierop is duidelijk te zien dat de connector van de kabel heel sterk werd geplooid. Dat deze schade zou zijn ontstaan door slijtage, zoals de klager aanvoert, is niet geloofwaardig. Alleen op dit punt is het beroep van het inrichtingshoofd gegrond.