Ga verder naar de inhoud

BC/25-0008

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur Geen beslissing directeur Geen beslissing Klachtencommissie of Directeur-Generaal
ONTVANKELIJKHEID – VOORWERPEN

Klager heeft beroep ingediend tegen diverse aspecten van de beslissing van de klachtencommissie. Initieel had klager achttien klachten ingediend. Zijn beroep is gericht tegen de beslissing van de klachtencommissie over zes van deze klachten.

Het eerste aspect is een beroep tegen de niet-uitvoering van een deel van de beslissing van de klachtencommissie. Hiertegen moest klager klacht indienen bij de klachtencommissie; hij kan hiervoor niet rechtstreeks terecht bij de klachtencommissie. Het beroep is op dit vlak niet-ontvankelijk.

Het tweede aspect is een beroep tegen de beslissing van de klachtencommissie om een klacht over het niet (of laattijdig) op gesprek mogen gaan bij de directie niet-ontvankelijk te verklaren. De beroepscommissie is van oordeel dat de klacht terecht niet-ontvankelijk werd verklaard door de klachtencommissie. Klager blijkt op nog geen week tijd- en nadat hij reeds op gesprek mocht bij de directie naar aanleiding van zijn binnenkomst in de gevangenis - zeer veel vragen te hebben gesteld aan de dienst interne rechtspositie. Deze vragen werden ofwel direct beantwoord ofwel doorgegeven aan de daarvoor bevoegde dienst. Er was geen sprake van een beklagwaardig verzuim van de directie om klager op gesprek te laten komen. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.

Het derde, vierde en vijfde aspect zijn beroepen tegen de beslissing van de klachtencommissie om klachten over respectievelijk het feit dat het huishoudelijk reglement geen datum bevat, de werking van de commissie van toezicht en het niet kunnen telefoneren naar de Raad van State niet-ontvankelijk te verklaren. De beroepscommissie bevestigt dat in geen van deze drie gevallen de klacht gericht was tegen een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van klager was genomen of tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.

Het zesde aspect betreft de beslissing van de klachtencommissie over een klacht die gericht was tegen verschillende goederen die volgens klager ten onrechte waren gedeponeerd. De klachtencommissie heeft zich volgens klager niet uitgesproken over alle goederen die hij had opgesomd. De beroepscommissie stelt vast dat klager, volgens de informatie van het inrichtingshoofd, inmiddels een groot deel van deze goederen op cel had gekregen. Zij ziet geen redenen om hieraan te twijfelen. Er blijft zodoende enerzijds nog discussie bestaan over twee ovens. Het inrichtingshoofd bevestigde dat deze ovens niet op cel worden gegeven omwille van een te hoog wattage en dus de niet-compatibiliteit van deze voorwerpen met het elektriciteitsnetwerk van de gevangenis. De beroepscommissie ziet geen redenen om hieraan te twijfelen. Dat deze goederen niet op cel worden gegeven, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Anderzijds is er nog onduidelijkheid over een Ikeakastje. De beroepscommissie bevestigt dat klager dit kastje op zijn cel mag onderbrengen, voor zover dit in overeenstemming is met de regels van het huishoudelijk reglement. Het beroep is op dit vlak dus gedeeltelijk gegrond (enkel op het vlak van het Ikeakastje).
Er werd een klachtendossier met referentie KC06/24-0234 opgestart