Ga verder naar de inhoud

BC/25-0026

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie
IBVR - HERNIEUWING - PROPORTIONALITEIT

De beroepscommissie bevestigt dat de beroepsprocedure tegen een beslissing tot plaatsing in een Individueel Bijzonder Veiligheidsregime (IBVR) in principe schriftelijk verloopt, waardoor een mondelinge behandeling niet nodig is. Beide partijen konden hun standpunt schriftelijk uiteenzetten en de rechten van verdediging zijn zo voldoende gewaarborgd.

De klacht over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt niet onderbouwd en daarom verworpen. Hetzelfde geldt voor de stelling dat het inrichtingshoofd of de directrice-generaal partijdig zou zijn: de directrice-generaal neemt de beslissing, het inrichtingshoofd speelt slechts een adviserende rol, en er zijn geen concrete aanwijzingen van partijdigheid.

Wat betreft de medische adviezen is vastgesteld dat geen tegenindicaties bestonden. De aanwezigheid van de raadsman is voldoende gewaarborgd in de procedure, en eigen medische bijstand kan steeds op eigen kosten worden ingeschakeld. Dit waarborgt de tegensprekelijkheid.

Er is geen schending van het recht op tegenspraak, motiveringsplicht, vermoeden van onschuld of artikel 5 en 9 van de Basiswet. Evenmin wordt artikel 3 EVRM geschonden: het IBVR blijft proportioneel gezien de actuele veiligheidsrisico’s (ontvluchtingsgevaar, criminele activiteiten).

De beroepscommissie wijst de argumenten van de beroepsindiener af en bevestigt de beslissing van de directeur-generaal tot hernieuwing van het IBVR.