Ga verder naar de inhoud

BC/25-0057

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
IBVR - HERNIEUWING - VERTROUWELIJKE INFORMATIE - MEDISCH VERSLAG - HOORPLICHT

Het beroep is gericht tegen de beslissing van de directeur-generaal van 28 februari 2025 tot de plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime (hierna ook “IBVR”) overeenkomstig artikel 117 § 2 juncto 118, § 3/1, eerste lid van de basiswet.
De eerste grief betreft de vermeende onleesbaarheid van het psycho-medisch verslag. Volgens de beroepscommissie staat ontegensprekelijk vast dat de arts kennis had van het concrete voorstel van de directeur-generaal, zodat het loutere ontbreken van de aanhef van het navolgende psycho-medisch verslag, in casu niet van die aard is dat het hoorrecht of de rechten van verdediging van beroepsindiener daaromtrent werd uitgehold.
De directeur-generaal merkt voorts terecht op dat het niet aan de directeur is om een eigen toelichting te verschaffen bij het psycho-medisch verslag, nu de basiswet louter voorziet dat de directeur de gedetineerde hoort in zijn verweermiddelen over het voorstel van de directeur-generaal en over het psycho-medisch verslag en daarvan akte neemt.

In het kader van de tweede grief, stelt de beroepscommissie vervolgens vast dat de inhoud van het psycho-medisch verslag van 24 februari 2024 loutere stijlformules overstijgt.Beroepsindiener kan dan ook niet ernstig voorhouden dat het psycho-medisch verslag louter in algemene en vage bewoordingen werd opgesteld. Het omstandige en geïndivualiseerde psycho-medisch verslag geeft boevendien op zichzelf voldoende blijk van een gedegen medisch onderzoek.

In de derde grief, wijst de beroepscommissie er op dat beroepsindiener eraan voorbij gaat dat in casu niet moet zijn “gebleken dat de zowel de in afdeling I vermelde controlemaatregelen als de in afdeling II vermelde bijzondere beveiligingsmaatregelen ontoereikend zijn,” en dat de bestreden beslissing voldoende motieven bevat waaruit blijkt dat de veiligheid op geen enkele andere wijze gevrijwaard kan worden en voor de daartoe strikt noodzakelijke tijd. De beroepscommissie neemt op grond van het geconsulteerde vertrouwelijke advies van 14 januari 2025 in de zin van artikel 118 §3/1 lid 1 van de basiswet aan, dat de directeur-generaal kon oordelen dat beroepsindiener nog steeds een extreem vluchtrisico vormt en dat er nog steeds sprake is van een risico op voortgezet crimineel handelen, zodat hij nog steeds “een voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid”, thans in de zin van artikel 118 §3/1 lid 2 van de basiswet.

De vierde grief betreft ondergeschikt gevraagde versoepelingen.De directeur-generaal kwam tot een evenwichtig besluit van 3 dagen toegang tot de grotere individuele wandeling, waarbij zij de gevraagde versoepelingen omtrent de toegang tot de wandeling, verzoende met de goede werking en veiligheid binnen de gevangenis. Zo doende wordt volgens de beroepscommissie het recht op een dagelijkse wandeling uit artikel 79 van de basiswet voldoende gegarandeerd, in de wetenschap dat hij de overige dagen ook nog minstens één uur in de buitenlucht kan vertoeven op de kleinere individuele wandeling