BC/25-0077
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Geen beslissing directeur
GEZONDHEID - VERBODEN VOORWERPEN
De klager beoogt met zijn eerste klacht dat hem wordt toegestaan dierentherapie te krijgen “onder de vorm van opvang van blindengeleidehonden”. Hij beroept zich op de artikelen 87 en 88 Basiswet. Hij betoogt dat hij in de vrije samenleving als persoon met autisme dierentherapie zou kunnen volgen.
De artikelen 87 en 88 Basiswet zijn nog niet in werking getreden. Dit doet geen afbreuk aan het recht op gepaste (geestelijke) gezondheidszorg. Dat de gezondheidszorg voor geïnterneerde personen in de gevangenis niet toereikend is, is zonder meer bekend. Beslissingen over de verstrekking van geestelijke gezondheidszorg vallen echter niet onder de verantwoordelijkheid van de directie. De afwezigheid van de therapie die de klager voor zichzelf wenst – nog afgezien van de vraag of een dergelijke therapie ook noodzakelijk zou zijn – maakt dan ook geen verzuim of een weigering van de directie uit.
Ook in zoverre de klacht betrekking heeft op het negatieve antwoord van de directie op het rapportbriefje van de klager met de vraag of hij een blindengeleidehond mag opvangen, is de klacht niet-ontvankelijk. De directie wees de vraag af met verwijzing naar het huishoudelijk reglement dat bepaalt dat “het voor gedetineerden verboden (is) om in het bezit te zijn van volgende voorwerpen: (…) – dieren”. De klager betoogt dat deze bepaling in het huishoudelijk reglement in strijd is met de artikelen 87 en 88 Basiswet. Nog afgezien van de vaststelling dat de artikelen 87 en 88 Basiswet niet in werking zijn getreden, is er geen hogere norm die aan de klager het recht op de aanwezigheid van een (huis)dier verschaft. Dat de gevangenis van Merksplas werkte aan een project met honden, wijzigt hieraan niets. In die optiek is de klacht gericht tegen een algemene regel waartegen geen ontvankelijk beklag kan worden ingesteld.
De klager beoogt met zijn eerste klacht dat hem wordt toegestaan dierentherapie te krijgen “onder de vorm van opvang van blindengeleidehonden”. Hij beroept zich op de artikelen 87 en 88 Basiswet. Hij betoogt dat hij in de vrije samenleving als persoon met autisme dierentherapie zou kunnen volgen.
De artikelen 87 en 88 Basiswet zijn nog niet in werking getreden. Dit doet geen afbreuk aan het recht op gepaste (geestelijke) gezondheidszorg. Dat de gezondheidszorg voor geïnterneerde personen in de gevangenis niet toereikend is, is zonder meer bekend. Beslissingen over de verstrekking van geestelijke gezondheidszorg vallen echter niet onder de verantwoordelijkheid van de directie. De afwezigheid van de therapie die de klager voor zichzelf wenst – nog afgezien van de vraag of een dergelijke therapie ook noodzakelijk zou zijn – maakt dan ook geen verzuim of een weigering van de directie uit.
Ook in zoverre de klacht betrekking heeft op het negatieve antwoord van de directie op het rapportbriefje van de klager met de vraag of hij een blindengeleidehond mag opvangen, is de klacht niet-ontvankelijk. De directie wees de vraag af met verwijzing naar het huishoudelijk reglement dat bepaalt dat “het voor gedetineerden verboden (is) om in het bezit te zijn van volgende voorwerpen: (…) – dieren”. De klager betoogt dat deze bepaling in het huishoudelijk reglement in strijd is met de artikelen 87 en 88 Basiswet. Nog afgezien van de vaststelling dat de artikelen 87 en 88 Basiswet niet in werking zijn getreden, is er geen hogere norm die aan de klager het recht op de aanwezigheid van een (huis)dier verschaft. Dat de gevangenis van Merksplas werkte aan een project met honden, wijzigt hieraan niets. In die optiek is de klacht gericht tegen een algemene regel waartegen geen ontvankelijk beklag kan worden ingesteld.