Ga verder naar de inhoud

BC/25-0096

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Voorlopige maatregel
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - TOEREKENBAARHEID

Noch artikel 145, § 1 van de Basiswet, noch artikel 112, § 1 van de Basiswet belet dat de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, een eerste voorlopige maatregel vervangt door een andere voorlopige maatregel die op dat ogenblik meer aangepast is aan het gevaar waaraan moet worden tegemoetkomen.
Bij het opleggen van een voorlopige maatregel, die in afwachting van de tuchtprocedure wordt genomen, moet de directie de toerekenbaarheid van de feiten aan de klager, die geïnterneerd is, niet beoordelen op dezelfde wijze als op het ogenblik van de tuchtbeslissing. De directie kan op rechtmatige wijze de tuchtvervolging instellen – en dus ook in afwachting van de tuchtbeslissing voorlopige maatregelen nemen – wanneer zij redelijkerwijze ervan kan uitgaan dat de feiten het karakter van een tuchtrechtelijke inbreuk hebben, zonder dat zij op dat ogenblik de toerekenbaarheid van de feiten afsluitend moet beoordelen. Artikel 111, § 2 van de Basiswet geeft overigens voorrang aan de tuchtprocedure wanneer de feiten die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere veiligheidsmaatregel, eveneens het karakter van een tuchtrechtelijke inbreuk hebben.