BC/25-0121
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
DEPONERING VOORWERPEN
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht over de deponering van enkele voorwerpen ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie zich heeft beperkt tot de gegrondverklaring van de klacht wegens het ontbreken van een bewijs van ontvangst van de gedeponeerde voorwerpen. De klachtencommissie vernietigde de bestreden beslissing, maar stelde dat ten gevolge van deze vernietiging “de in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van klager [dienen] te worden bewaard onder afgifte van bewijs van ontvangst”. De klachtencommissie heeft zich niet uitgesproken over het feit of de in het RAD vermelde voorwerpen überhaupt in beslag konden of mochten worden genomen, hoewel klager daarover in zijn initiële klacht nochtans (ook) had geklaagd. Het beroep is ontvankelijk en gegrond, in de mate dat de klachtencommissie zich niet heeft uitgesproken over de vraag of de verschillende voorwerpen in beslag mochten worden genomen. De beroepscommissie heeft uiteindelijk zelf voor elk van de voorwerpen bepaald of de inbeslagname terecht dan wel onterecht was (of dat het beroep zonder voorwerp was) en zij heeft verder nader bepaald per voorwerp wat de gevolgen van haar uitspraak zijn.
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht over de deponering van enkele voorwerpen ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie zich heeft beperkt tot de gegrondverklaring van de klacht wegens het ontbreken van een bewijs van ontvangst van de gedeponeerde voorwerpen. De klachtencommissie vernietigde de bestreden beslissing, maar stelde dat ten gevolge van deze vernietiging “de in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van klager [dienen] te worden bewaard onder afgifte van bewijs van ontvangst”. De klachtencommissie heeft zich niet uitgesproken over het feit of de in het RAD vermelde voorwerpen überhaupt in beslag konden of mochten worden genomen, hoewel klager daarover in zijn initiële klacht nochtans (ook) had geklaagd. Het beroep is ontvankelijk en gegrond, in de mate dat de klachtencommissie zich niet heeft uitgesproken over de vraag of de verschillende voorwerpen in beslag mochten worden genomen. De beroepscommissie heeft uiteindelijk zelf voor elk van de voorwerpen bepaald of de inbeslagname terecht dan wel onterecht was (of dat het beroep zonder voorwerp was) en zij heeft verder nader bepaald per voorwerp wat de gevolgen van haar uitspraak zijn.