BC/25-0134
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING - MEDISCH VERSLAG - HOORPLICHT
De beroepscommissie wijst er op dat het psycho-medisch verslag in het kader van de hernieuwing van een IBVR overeenkomstig de ‘nieuwe’ procedure, overeenkomstig artikel 118 §7 lid 4 van de basiswet ‘moet worden overgemaakt aan de directeur-generaal een week voor de vervaldag ervan”. Aangezien de vorige hernieuwing eindigde op 29 april 2025, had het psycho-medisch verslag aldus overgemaakt moeten worden op 23 april 2025.
Hoewel een dergelijk verslag thans diezelfde dag nog voorlag, bleek eruit dat de betrokken psychiater niet in staat was zijn beoordeling te maken.
Wanneer het psycho-medisch verslag door omstandigheden behept is met dergelijke substantiële problemen, kan het de directeur-generaal niet worden verweten om een nieuw verslag buiten deze termijn op te vragen, doch desgevallend dient zij een redelijke termijn in acht te nemen om de rechten van verdediging en de hoorplicht alsnog te respecteren.
Een termijn van enkele uren kan bezwaarlijk gelden als redelijke termijn om op nuttige wijze het wettelijk verankerde hoorrecht uit te oefenen, ook al hadden deze opmerkingen ‘enkel betrekking dit psycho-medisch verslag’ en ook al ‘is er niet dagelijks een psychiater beschikbaar in de gevangenis” (aldus de directeur-generaal in haar verweer).
De opgeworpen schending van de artikelen 116 en 118 Basiswet, het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van de rechten van verdediging en de naleving van de hoorplicht werd aldus aangetoond.
De beroepscommissie wijst er op dat het psycho-medisch verslag in het kader van de hernieuwing van een IBVR overeenkomstig de ‘nieuwe’ procedure, overeenkomstig artikel 118 §7 lid 4 van de basiswet ‘moet worden overgemaakt aan de directeur-generaal een week voor de vervaldag ervan”. Aangezien de vorige hernieuwing eindigde op 29 april 2025, had het psycho-medisch verslag aldus overgemaakt moeten worden op 23 april 2025.
Hoewel een dergelijk verslag thans diezelfde dag nog voorlag, bleek eruit dat de betrokken psychiater niet in staat was zijn beoordeling te maken.
Wanneer het psycho-medisch verslag door omstandigheden behept is met dergelijke substantiële problemen, kan het de directeur-generaal niet worden verweten om een nieuw verslag buiten deze termijn op te vragen, doch desgevallend dient zij een redelijke termijn in acht te nemen om de rechten van verdediging en de hoorplicht alsnog te respecteren.
Een termijn van enkele uren kan bezwaarlijk gelden als redelijke termijn om op nuttige wijze het wettelijk verankerde hoorrecht uit te oefenen, ook al hadden deze opmerkingen ‘enkel betrekking dit psycho-medisch verslag’ en ook al ‘is er niet dagelijks een psychiater beschikbaar in de gevangenis” (aldus de directeur-generaal in haar verweer).
De opgeworpen schending van de artikelen 116 en 118 Basiswet, het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van de rechten van verdediging en de naleving van de hoorplicht werd aldus aangetoond.