BC/25-0208
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING - RECHT VAN VERDEDIGING - VERMOEDEN VAN ONSCHULD
Beroepsindiener is van mening dat een ordemaatregel opgelegd door de gevangenisdirectie een IBVR niet kan verstrengen. De beroepscommissie heeft zich hierover dus reeds uitgesproken en dient zodus niet verder in te gaan op dit middel van beroepsindiener. Voor zover nodig bevestigt de beroepscommissie dat de ordemaatregel van 17 juni 2025 slechts werd opgelegd voor de termijn die strikt noodzakelijk was voor het IBVR te hernieuwen. Dat de ordemaatregel niet voorafgegaan werd door enige hoorzitting, is evenmin een schending van de rechten van verdediging.
Beroepsindiener hekelt het feit dat hij het verslag van de geneesheer-psychiater pas voorafgaand aan de hoorzitting ontvangen heeft. Nergens uit het hoorverslag blijkt dat beroepsindiener of zijn raadsman gewag maken van het feit dat er onvoldoende tijd zou geweest zijn om het psycho-medisch verslag door te nemen. Noch de rechten van verdediging, noch het fair play beginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het beginsel van zorgvuldigheid werden geschonden.
De beroepscommissie ziet in deze beslissing geen schending van het vermoeden van onschuld. Een IBVR is namelijk geen bestraffende maatregel, maar is een maatregel ter bescherming van de veiligheid. De beroepscommissie herhaalt haar standpunt dat zij door de systematische inzage in het register conform artikel 8 Basiswet de waarborgen van de beroepsindiener zeer ernstig neemt en zij de rechterlijke controle conform artikel 6 EVRM wenst te garanderen, zodat er geen sprake is van een schending van de rechten van verdediging.
De beroepscommissie volgt het standpunt van klager dat de infrastructuur van de buitenruimte voor de wandeling wel degelijk aan bepaalde minimumnormen moet voldoen om de vereiste van één uur per dag in de buitenlucht effectief na te leven.De beroepscommissie stelt vast dat de directrice-generaal tracht tegemoet te komen aan het advies van de psychiater door beroepsindiener één keer per week te laten wandelen op de grotere individuele wandelkoer. De bestreden beslissing bevat een duidelijke en redelijke motivering waarom het niet mogelijk is om beroepsindiener alle dagen gebruik te laten maken van deze ruimere individuele wandeling.
Het beroep is ontvankelijk, maar ongegrond.
!!Tegen deze beslissing werd een cassatieberoep ingediend bij de Raad van State!!
Beroepsindiener is van mening dat een ordemaatregel opgelegd door de gevangenisdirectie een IBVR niet kan verstrengen. De beroepscommissie heeft zich hierover dus reeds uitgesproken en dient zodus niet verder in te gaan op dit middel van beroepsindiener. Voor zover nodig bevestigt de beroepscommissie dat de ordemaatregel van 17 juni 2025 slechts werd opgelegd voor de termijn die strikt noodzakelijk was voor het IBVR te hernieuwen. Dat de ordemaatregel niet voorafgegaan werd door enige hoorzitting, is evenmin een schending van de rechten van verdediging.
Beroepsindiener hekelt het feit dat hij het verslag van de geneesheer-psychiater pas voorafgaand aan de hoorzitting ontvangen heeft. Nergens uit het hoorverslag blijkt dat beroepsindiener of zijn raadsman gewag maken van het feit dat er onvoldoende tijd zou geweest zijn om het psycho-medisch verslag door te nemen. Noch de rechten van verdediging, noch het fair play beginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het beginsel van zorgvuldigheid werden geschonden.
De beroepscommissie ziet in deze beslissing geen schending van het vermoeden van onschuld. Een IBVR is namelijk geen bestraffende maatregel, maar is een maatregel ter bescherming van de veiligheid. De beroepscommissie herhaalt haar standpunt dat zij door de systematische inzage in het register conform artikel 8 Basiswet de waarborgen van de beroepsindiener zeer ernstig neemt en zij de rechterlijke controle conform artikel 6 EVRM wenst te garanderen, zodat er geen sprake is van een schending van de rechten van verdediging.
De beroepscommissie volgt het standpunt van klager dat de infrastructuur van de buitenruimte voor de wandeling wel degelijk aan bepaalde minimumnormen moet voldoen om de vereiste van één uur per dag in de buitenlucht effectief na te leven.De beroepscommissie stelt vast dat de directrice-generaal tracht tegemoet te komen aan het advies van de psychiater door beroepsindiener één keer per week te laten wandelen op de grotere individuele wandelkoer. De bestreden beslissing bevat een duidelijke en redelijke motivering waarom het niet mogelijk is om beroepsindiener alle dagen gebruik te laten maken van deze ruimere individuele wandeling.
Het beroep is ontvankelijk, maar ongegrond.
!!Tegen deze beslissing werd een cassatieberoep ingediend bij de Raad van State!!