TUCHT
Klager dient beroep in tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht over een tuchtbeslissing ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond werd verklaard. Klager werd gesanctioneerd met een berisping wegens twee inbreuken van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen enerzijds en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel anderzijds). Klager had getreuzeld om zich klaar te maken voor een ‘strikte beweging’ en had geen gevolg gegeven aan de aanmaning van een beambte om zich klaar te maken. De klachtencommissie verklaarde de klacht gedeeltelijk gegrond. Zij schrapte de inbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, aangezien niet duidelijk was welke bepaling klager overtreden had. Zij behield de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel en voor wat betreft de opgelegde sanctie.
De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie. Wat betreft de inbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen blijkt uit tuchtbeslissing of uit andere stukken inderdaad niet eenduidig welke specifieke bepaling van het huishoudelijk regelement klager heeft overtreden. De vermelding of verduidelijking hiervan in de tuchtbeslissing was noodzakelijk, opdat klager kon weten en begrijpen waarvoor hij werd gesanctioneerd. Ook wat betreft de tuchtinbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel volgt de beroepscommissie het oordeel van de klachtencommissie (met name dat de klacht op dit vlak niet gegrond was). De beroepscommissie volgt de argumenten die klager aanvoert in zijn beroepschrift niet. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager dient beroep in tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht over een tuchtbeslissing ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond werd verklaard. Klager werd gesanctioneerd met een berisping wegens twee inbreuken van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen enerzijds en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel anderzijds). Klager had getreuzeld om zich klaar te maken voor een ‘strikte beweging’ en had geen gevolg gegeven aan de aanmaning van een beambte om zich klaar te maken. De klachtencommissie verklaarde de klacht gedeeltelijk gegrond. Zij schrapte de inbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, aangezien niet duidelijk was welke bepaling klager overtreden had. Zij behield de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel en voor wat betreft de opgelegde sanctie.
De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie. Wat betreft de inbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen blijkt uit tuchtbeslissing of uit andere stukken inderdaad niet eenduidig welke specifieke bepaling van het huishoudelijk regelement klager heeft overtreden. De vermelding of verduidelijking hiervan in de tuchtbeslissing was noodzakelijk, opdat klager kon weten en begrijpen waarvoor hij werd gesanctioneerd. Ook wat betreft de tuchtinbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel volgt de beroepscommissie het oordeel van de klachtencommissie (met name dat de klacht op dit vlak niet gegrond was). De beroepscommissie volgt de argumenten die klager aanvoert in zijn beroepschrift niet. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.