BC/25-0232
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
WANDELING
Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht van klager tegen het feit dat hij niet vroeger de wandeling mocht verlaten en hij zo een ongestoord bezoek heeft gemist, ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Waar het inrichtingshoofd de neutraliteit van de klachtencommissie in vraag stelt, wijst de beroepscommissie erop dat de directie zich zowel in haar schriftelijke verweer als op de zitting van de klachtencommissie had beperkt tot een verweer van niet-ontvankelijkheid, zonder iets te vermelden over de concrete en feitelijke omstandigheden van het dossier.
De klachtencommissie heeft de klacht in ieder geval terecht ontvankelijk verklaard. In haar beroepschrift is het inrichtingshoofd vervolgens wel ingegaan op de concrete en feitelijke omstandigheden van het dossier. Zij heeft hierbij ook stukken uit een tuchtprocedure gevoegd. Op basis hiervan vindt de beroepscommissie het voldoende aannemelijk dat klager wel degelijk de mogelijkheid heeft gekregen om de wandeling op het gebruikelijke moment vroegtijdig te verlaten (naar aanleiding van de ‘halftime’), zodat hij kon deelnemen aan zijn bezoek. Dat hij niet klaarstond op het moment dat hij vroegtijdig de wandeling kon en mocht verlaten, is naar het oordeel van de beroepscommissie in dit dossier zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat de beambten dan ook hebben beslist dat klager op een later moment dan het gebruikelijke moment de wandeling niet meer mocht verlaten, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht van klager tegen het feit dat hij niet vroeger de wandeling mocht verlaten en hij zo een ongestoord bezoek heeft gemist, ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Waar het inrichtingshoofd de neutraliteit van de klachtencommissie in vraag stelt, wijst de beroepscommissie erop dat de directie zich zowel in haar schriftelijke verweer als op de zitting van de klachtencommissie had beperkt tot een verweer van niet-ontvankelijkheid, zonder iets te vermelden over de concrete en feitelijke omstandigheden van het dossier.
De klachtencommissie heeft de klacht in ieder geval terecht ontvankelijk verklaard. In haar beroepschrift is het inrichtingshoofd vervolgens wel ingegaan op de concrete en feitelijke omstandigheden van het dossier. Zij heeft hierbij ook stukken uit een tuchtprocedure gevoegd. Op basis hiervan vindt de beroepscommissie het voldoende aannemelijk dat klager wel degelijk de mogelijkheid heeft gekregen om de wandeling op het gebruikelijke moment vroegtijdig te verlaten (naar aanleiding van de ‘halftime’), zodat hij kon deelnemen aan zijn bezoek. Dat hij niet klaarstond op het moment dat hij vroegtijdig de wandeling kon en mocht verlaten, is naar het oordeel van de beroepscommissie in dit dossier zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat de beambten dan ook hebben beslist dat klager op een later moment dan het gebruikelijke moment de wandeling niet meer mocht verlaten, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.