Ga verder naar de inhoud

BC/25-0280

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT – ONTSLAG

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zowel zijn klacht tegen een tuchtbeslissing als tegen een ordemaatregel tot afzetting van zijn werk ontvankelijk, maar niet gegrond werden verklaard.

Wat betreft de tuchtbeslissing, stelt de beroepscommissie vast dat klager werd gesanctioneerd met tien dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee). Hij had een medegedetineerde geduwd tijdens een discussie. Klager heeft de door hem gepleegde tuchtfeiten niet betwist. In zijn beroepschrift stelt klager dat de medegedetineerde was begonnen met de discussie en hij (doods)bedreigingen had geuit ten aanzien van klagers moeder en zus. De beroepscommissie wijst erop dat, zelfs al zou de medegedetineerde dit hebben gedaan, dit niets afdoet aan het feit dat klager hierop op een onrechtmatige wijze heeft gereageerd. De tuchtbeslissing was wettig, redelijk en billijk. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.

Wat betreft de ordemaatregel tot afzetting van het werk, stelt klager dat de directie hem pas na zijn tuchtsanctie kon ontslaan, maar hij al werd ontslagen nog voor de tuchtbeslissing was genomen. De klachtencommissie verwees in dit kader terecht naar de dienstnota ‘Arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel’, zij het naar de versie van 18 juni 2015 in plaats van de meer recente versie van 28 november 2024. De beroepscommissie stelt vast dat de directie de beleidsregels uit de dienstnota van 28 november 2024, correct heeft toegepast. Zij heeft in de ordemaatregel verduidelijkt van welke situatie er sprake was en heeft aan die situatie het correcte onmiddellijke gevolg gekoppeld, met name een ordemaatregel tot afzetting werk die schriftelijk genomen en gemotiveerd was. De ordemaatregel doet zich niet voor als een (verdoken) tuchtsanctie. Klager werd ook niet reeds ontslagen nog voor zijn tuchtsanctie was begonnen; dat hij niet kon werken was een gevolg van de voorlopige maatregel. Ook deze beslissing van de directie was wettig, redelijk en billijk. Het beroep is ook op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.