Ga verder naar de inhoud

BC/25-0324

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard. Hij werd gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties enerzijds en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen anderzijds. Er werden in linnenpakketten verboden substanties gevonden. Klager was werkzaam in de kleedkamer en verantwoordelijk voor het samenstellen van de pakketten. De directie is op basis van verschillende elementen tot het oordeel gekomen dat het verstoppen van de verboden substanties in de linnenpakketten aan klager kon worden toegerekend. Dat de directie klager schuldig heeft geacht aan de hem ten laste gelegde feiten, is gebaseerd op voldoende zorgvuldige feitenvinding, valt binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie en wordt ook voldoende gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.