BC/25-0337
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING - PSYCHOMEDISCH VERSLAG - VERTROUWELIJK ADVIES
Niets belet dat het verslag enkele dagen (in casu 3 dagen) vroeger wordt afgeleverd, zolang de directeur-generaal voldoende tijd heeft om er kennis van te nemen om zijn beslissing te motiveren.
Anders dan de beroepsindiener aanvoert is deze vervaltermijn immers ingegeven vanuit de noodzaak om te verzekeren dat de directeur-generaal het psycho-medisch verslag tijdig ontvangt, nu het voorstel tot hernieuwing niet uitgaat van de directeur (die het psycho-medisch verslag in de klassieke IBVR procedure overmaakt samen met haar voorstel). Het feit dat er tien in plaats van zeven dagen voor de vervaldag van de vorige hernieuwing werd gepeild naar de medische toestand doet niets af aan de actualiteit van het psychomedisch verslag.Bovendien heeft de gedetineerde op deze manier ook meer tijd om zijn rechten van verdediging te laten gelden.
Beroepsindiener geeft vervolgens aan dat er sprake is van een schending van artikel 8 EVRM en van het proportionaliteitsbeginsel, in de mate dat hij zijn (minderjarige) kinderen enkel mag zien achter een transparante wand en via telefoon, doch niet zonder transparante wand of via videocall. Hij koppelt hier tevens een schending van de formele motiveringsplicht aan, nu volgens hem in de bestreden beslissing niet wordt verduidelijkt waarom glasbezoek de enige manier is om te vermijden dat er bepaalde voorwerpen worden doorgegeven. De beroepscommissie stelt echter in navolging van de directeur-generaal vast dat de bestreden beslissing hieromtrent wel degelijk gemotiveerd werd en dat, samen gelezen met het vertrouwelijk advies van 7 november 2025, afdoende duidelijk wordt gemaakt waarom het behoud van een transparante wand vooralsnog noodzakelijk is in de contacten met zijn minderjarige kinderen.
Niets belet dat het verslag enkele dagen (in casu 3 dagen) vroeger wordt afgeleverd, zolang de directeur-generaal voldoende tijd heeft om er kennis van te nemen om zijn beslissing te motiveren.
Anders dan de beroepsindiener aanvoert is deze vervaltermijn immers ingegeven vanuit de noodzaak om te verzekeren dat de directeur-generaal het psycho-medisch verslag tijdig ontvangt, nu het voorstel tot hernieuwing niet uitgaat van de directeur (die het psycho-medisch verslag in de klassieke IBVR procedure overmaakt samen met haar voorstel). Het feit dat er tien in plaats van zeven dagen voor de vervaldag van de vorige hernieuwing werd gepeild naar de medische toestand doet niets af aan de actualiteit van het psychomedisch verslag.Bovendien heeft de gedetineerde op deze manier ook meer tijd om zijn rechten van verdediging te laten gelden.
Beroepsindiener geeft vervolgens aan dat er sprake is van een schending van artikel 8 EVRM en van het proportionaliteitsbeginsel, in de mate dat hij zijn (minderjarige) kinderen enkel mag zien achter een transparante wand en via telefoon, doch niet zonder transparante wand of via videocall. Hij koppelt hier tevens een schending van de formele motiveringsplicht aan, nu volgens hem in de bestreden beslissing niet wordt verduidelijkt waarom glasbezoek de enige manier is om te vermijden dat er bepaalde voorwerpen worden doorgegeven. De beroepscommissie stelt echter in navolging van de directeur-generaal vast dat de bestreden beslissing hieromtrent wel degelijk gemotiveerd werd en dat, samen gelezen met het vertrouwelijk advies van 7 november 2025, afdoende duidelijk wordt gemaakt waarom het behoud van een transparante wand vooralsnog noodzakelijk is in de contacten met zijn minderjarige kinderen.