Ga verder naar de inhoud

BC/25-0370

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Geen beslissing directeur Ordemaatregel
REGIMEMUTATIE – VERZUIM

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij enerzijds zijn klacht tegen een regimemutatie ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard en anderzijds zijn klacht tegen het verzuim om op voldoende spoedige wijze gevolg te geven aan zijn verzoek om naar een andere cel te verhuizen niet-ontvankelijk werd verklaard.

Wat betreft de klacht over de regimemutatie, werd klager verplaatst van een open sectie naar een gesloten sectie. Klager had volgens de directie door bepaalde gedragingen een inbreuk gepleegd op een contract dat hij met de directie had afgesloten naar aanleiding van zijn verblijf op een specifieke open sectie. De beroepscommissie volgt geen enkele van klagers argumenten waarom de ordemaatregel tot regimemutatie onwettig, onredelijk of onbillijk zou zijn. De directie heeft de ordemaatregel voldoende gemotiveerd. De beslissing om klager van de open sectie naar een gesloten sectie te hebben verplaatst, valt – ook rekening houdend met het ‘contract’ dat werd afgesloten tussen klager en de directie – binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie. De ordemaatregel is wettig, redelijk en billijk. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.

De andere klacht ging over klagers verzoek om te verhuizen van een quattrocel naar een mono- of duocel. Klager zou gevreesd hebben voor zijn leven, omdat een beambte had gezegd aan andere gedetineerden dat hij een pedofiel was. Klager zou hebben opgevangen dat zijn celgenoten hem in elkaar moesten slaan van andere gedetineerden. Hij heeft op 28 augustus 2025 (18u00) een rapportbriefje geschreven aan de directie hiervoor. Op 29 augustus 2025 (18u00) hoorde hij dat hij mocht verhuizen, maar het heeft dan nog meer dan een uur geduurd. De beroepscommissie is van oordeel dat de directie op een voldoende diligente en spoedige wijze heeft gehandeld. Uit de beschikbare informatie blijkt niet dat er reeds sprake was van een concreet incident of van ernstige aanwijzingen dat er een onmiddellijk gevaar voor klagers fysieke integriteit bestond die een nog urgenter ingrijpen noodzaakten. Er is geen sprake van een verzuim of weigering om (tijdig) een beslissing te nemen. Het beroep is ook op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.