OVERPLAATSING - MEDISCHE OVERBRENGING - ONTVANKELIJKHEID
Beroepsindiener verzet zich tegen een nakende overplaatsing van Leuven-Centraal naar Haren om medische redenen en wenst zijn medische verantwoordelijkheid op zich te nemen.
De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat uit de reactie van het klachtenbureau van de directeur-generaal blijkt dat het bezwaar van beroepsindiener onontvankelijk werd verklaard door de directeur-generaal.
Het is de beroepscommissie niet duidelijk of beroepsindiener door de directeur-generaal ook effectief in kennis werd gesteld van een formele beslissing in die zin.
Daargelaten het antwoord op deze vraag, dient de beroepscommissie zich in alle geval evenzeer onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van een beroep (tegen een bezwaar) inzake tijdelijke medische overbrenging.
Anders dan de klager aanvoert, beslist niet de directeur-generaal over de vraag naar welke gespecialiseerde gevangenis, ziekenhuis of instelling voor gezondheidszorg de gedetineerde tijdelijk moet worden overgebracht voor een diagnostisch onderzoek of een medisch aanbevolen gespecialiseerde behandeling waarvoor de gevangenis (in casu Leuven-Centraal) niet of onvoldoende is uitgerust. Het initiatief daartoe berust bij de aan de gevangenis verbonden arts.
Voorts draagt de lokale directeur er de verantwoordelijkheid voor dat hij het nodige doet wat binnen zijn bevoegdheden en mogelijkheden valt, om de overbrenging die de arts nodig acht, mogelijk te maken. De directeur-generaal verklaarde het bezwaar aldus terecht onontvankelijk en is bijgevolg niet bevoegd om te oordelen over het bezwaar van een gedetineerde die het oneens is met de aan de gevangenis verbonden arts om hem in een welbepaald medisch centrum te laten opvolgen.
De redenen om de gedetineerde naar het ene of de andere medisch centrum over te brengen, kunnen dan ook niet door de directeur-generaal of de beroepscommissie worden beoordeeld. Wegens de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaar kon de directeur-generaal terecht tot de niet-ontvankelijkheid besluiten.
Beroepsindiener verzet zich tegen een nakende overplaatsing van Leuven-Centraal naar Haren om medische redenen en wenst zijn medische verantwoordelijkheid op zich te nemen.
De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat uit de reactie van het klachtenbureau van de directeur-generaal blijkt dat het bezwaar van beroepsindiener onontvankelijk werd verklaard door de directeur-generaal.
Het is de beroepscommissie niet duidelijk of beroepsindiener door de directeur-generaal ook effectief in kennis werd gesteld van een formele beslissing in die zin.
Daargelaten het antwoord op deze vraag, dient de beroepscommissie zich in alle geval evenzeer onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van een beroep (tegen een bezwaar) inzake tijdelijke medische overbrenging.
Anders dan de klager aanvoert, beslist niet de directeur-generaal over de vraag naar welke gespecialiseerde gevangenis, ziekenhuis of instelling voor gezondheidszorg de gedetineerde tijdelijk moet worden overgebracht voor een diagnostisch onderzoek of een medisch aanbevolen gespecialiseerde behandeling waarvoor de gevangenis (in casu Leuven-Centraal) niet of onvoldoende is uitgerust. Het initiatief daartoe berust bij de aan de gevangenis verbonden arts.
Voorts draagt de lokale directeur er de verantwoordelijkheid voor dat hij het nodige doet wat binnen zijn bevoegdheden en mogelijkheden valt, om de overbrenging die de arts nodig acht, mogelijk te maken. De directeur-generaal verklaarde het bezwaar aldus terecht onontvankelijk en is bijgevolg niet bevoegd om te oordelen over het bezwaar van een gedetineerde die het oneens is met de aan de gevangenis verbonden arts om hem in een welbepaald medisch centrum te laten opvolgen.
De redenen om de gedetineerde naar het ene of de andere medisch centrum over te brengen, kunnen dan ook niet door de directeur-generaal of de beroepscommissie worden beoordeeld. Wegens de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaar kon de directeur-generaal terecht tot de niet-ontvankelijkheid besluiten.