OVERPLAATSING
De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de directrice-generaal over zijn bezwaarschrift in verband met zijn plaatsing voor strafuitvoering vanuit de gevangenis van Oudenaarde naar Merksplas.
De beroepscommissie wijst op het argument van de beroepsindiener dat hij een slechte ervaring had met de gevangenis van Merksplas naar aanleiding van een eerdere detentie en hij er zelfs gezondheidsproblemen aan heeft overgehouden. Zo zou de beroepsindiener daar destijds ook 32 tuchtrapporten hebben opgelopen, in tegenstelling tot zijn blanco tuchtregister in andere gevangenissen. Volgens de beroepscommissie is het bezwaar en beroep van de beroepsindiener op dit specifieke vlak wel voldoende nauwkeurig, in tegenstelling tot wat de directrice-generaal heeft aangevoerd in haar verweer. De directrice-generaal kon dit argument vrij eenvoudig hebben nagegaan en verder hebben onderzocht.
Een onderzoek van het tuchtregister van de beroepsindiener kon hebben uitgewezen of van dit argument iets aan was. Indien de beroepsindiener daadwerkelijk tuchtvrij is gebleven in andere gevangenissen en hij enkele tientallen RAD’s had opgelopen in Merksplas, is dit een omstandigheid die minstens een nader onderzoek vanwege de directrice-generaal vergde vooraleer zij de plaatsing van de beroepsindiener – opnieuw, zij het enkele jaren later – in de gevangenis van Merksplas kon bevestigen. Een onderzoek van alle of bepaalde van de tuchtdossiers uit Merksplas kon hebben uitgewezen waarom de beroepsindiener er zoveel RAD’s opliep. Hieruit kon een bepaalde context naar boven zijn gekomen op basis waarvan een nieuwe plaatsing in Merksplas tegenaangewezen bleek te zijn. Het kon redelijker zijn geweest om de beroepsindiener bijvoorbeeld in de gevangenis van Turnhout te plaatsen, aangezien hij daar tijdens zijn vorige detentie verbleef na de periode in Merksplas, hij daar tuchtvrij zou zijn gebleven en hij daar ook verschillende uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven genoot vooraleer strafeinde te bereiken.
Het beroep is ontvankelijk en gegrond. De beroepscommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directrice-generaal op om een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de beroepscommissie.
De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de directrice-generaal over zijn bezwaarschrift in verband met zijn plaatsing voor strafuitvoering vanuit de gevangenis van Oudenaarde naar Merksplas.
De beroepscommissie wijst op het argument van de beroepsindiener dat hij een slechte ervaring had met de gevangenis van Merksplas naar aanleiding van een eerdere detentie en hij er zelfs gezondheidsproblemen aan heeft overgehouden. Zo zou de beroepsindiener daar destijds ook 32 tuchtrapporten hebben opgelopen, in tegenstelling tot zijn blanco tuchtregister in andere gevangenissen. Volgens de beroepscommissie is het bezwaar en beroep van de beroepsindiener op dit specifieke vlak wel voldoende nauwkeurig, in tegenstelling tot wat de directrice-generaal heeft aangevoerd in haar verweer. De directrice-generaal kon dit argument vrij eenvoudig hebben nagegaan en verder hebben onderzocht.
Een onderzoek van het tuchtregister van de beroepsindiener kon hebben uitgewezen of van dit argument iets aan was. Indien de beroepsindiener daadwerkelijk tuchtvrij is gebleven in andere gevangenissen en hij enkele tientallen RAD’s had opgelopen in Merksplas, is dit een omstandigheid die minstens een nader onderzoek vanwege de directrice-generaal vergde vooraleer zij de plaatsing van de beroepsindiener – opnieuw, zij het enkele jaren later – in de gevangenis van Merksplas kon bevestigen. Een onderzoek van alle of bepaalde van de tuchtdossiers uit Merksplas kon hebben uitgewezen waarom de beroepsindiener er zoveel RAD’s opliep. Hieruit kon een bepaalde context naar boven zijn gekomen op basis waarvan een nieuwe plaatsing in Merksplas tegenaangewezen bleek te zijn. Het kon redelijker zijn geweest om de beroepsindiener bijvoorbeeld in de gevangenis van Turnhout te plaatsen, aangezien hij daar tijdens zijn vorige detentie verbleef na de periode in Merksplas, hij daar tuchtvrij zou zijn gebleven en hij daar ook verschillende uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven genoot vooraleer strafeinde te bereiken.
Het beroep is ontvankelijk en gegrond. De beroepscommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directrice-generaal op om een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de beroepscommissie.