Ga verder naar de inhoud

BC/26-0119

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT – SUBSIDIARITEIT

Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De beroepscommissie wijst erop dat het de beklaginstanties als bestuursrechtelijke detentierechters toekomt na te gaan of een tuchtbeslissing in rechte en in feite verantwoord is en of de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de directeur in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, geëerbiedigd zijn. Alles wat tot de beoordelingsbevoegdheid van de directie behoort, valt ook onder de controle van de klachtencommissie, die zich evenwel niet mag begeven op het terrein van de opportuniteit. De beroepscommissie wijst er verder op dat een gevangenisdirecteur in zijn hoedanigheid als tuchtoverheid een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij de beoordeling of bepaalde feiten al dan niet een tuchtrechtelijk gevolg vereisen. De directeur moet hierbij wel rekening houden met de in artikel 122, tweede lid Basiswet voorziene begrenzingen aan zo een mogelijkheid tot tuchtvervolging. De beklaginstanties kunnen zich niet in de plaats stellen van de directeur en beoordelen of een tuchtvervolging in een specifiek dossier al dan niet opportuun was. Zij kunnen er daarentegen wel degelijk op toezien of er sprake was van een situatie waarbij de handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting het aanwenden van een tuchtprocedure gebiedend rechtvaardigde en of er geen enkel ander middel had kunnen worden gebruikt om die doelstelling te verzekeren. Hierbij beoordeelt een beklaginstantie niet zozeer de opportuniteit van een tuchtvervolging, maar wel of voldaan is aan de – door de wetgever noodzakelijk geachte – subsidiariteit die eigen is en moet zijn aan de tuchtrechtelijke vervolging van een gedetineerde. Alle omstandigheden in acht genomen, meent de beroepscommissie net zoals de klachtencommissie dat er in klagers dossier een schending is van artikel 122, tweede lid Basiswet. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.