Ga verder naar de inhoud

BC/26-0133

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
KLACHTENPROCEDURE

Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen een beslissing van de klachtencommissie (waarbij een klacht tegen een tuchtbeslissing gegrond werd verklaard), omdat het dossier buiten een redelijke termijn zou zijn behandeld. Het inrichtingshoofd verzoekt in dat kader om de initiële klacht ‘zonder voorwerp’ te verklaren. De beroepscommissie verwijst naar artikel 157, § 1 Basiswet en de daarin opgenomen vereiste dat een klachtencommissie zo spoedig mogelijk, en uiterlijk veertien dagen na het indienen van de klacht of het falen van een bemiddeling, uitspraak doet over de klacht. Deze termijn om uitspraak te doen is echter geen vervaltermijn, maar een termijn van orde. De Basiswet voorziet geen sanctie voor het overschrijden van deze termijn. Dit werd reeds nadrukkelijk bevestigd door de Raad van State voor wat betreft de in artikel 162, § 1 Basiswet bepaalde (gelijkaardige) termijn voor de beroepscommissie om uitspraak te doen over een beroep tegen een beslissing van de klachtencommissie. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.