BC/26-0175
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
IBVR - HERNIEUWING - VERTROUWELIJKE INFORMATIE - OVERPLAATSING
Het beroep is gericht tegen de beslissing van 22 mei 2026 van de directrice-generaal tot hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime (hierna “IBVR”) overeenkomstig artikel 117 § 2 juncto 118, § 3/1 van de basiswet.
Een lid van de beroepscommissie nam op 18 juni 2026 tevens kennis van het vertrouwelijk advies van 30 april 2026 in de zin van artikel 118 §7 laatste lid van de basiswet.
De thans bestreden beslissing handhaaft de maatregelen op identieke wijze tot en met 23 juli 2026, behoudens een versoepeling wat betreft de contacten met de moeder van beroepsindiener.
Beroepsindiener ontwikkelt onder andere enkele grieven die hij koppelt aan een schending van de artikelen 3 en 8 EVRM. Hij hekelt in het bijzonder ook dat hij zijn overplaatsing ervaart als een verzwaring van het regime.
Bij gebreke van een beroep overeenkomstig artikel 165 van de basiswet, kan de beroepscommissie echter niet anders dan vaststellen dat beroepsindiener -uiteindelijk- heeft berust in zijn overplaatsing naar Brugge.
De beroepscommissie besluit dat het regime waaraan beroepsindiener wordt onderworpen, niet in strijd is met artikel 3 EVRM, noch met het artikel 8 EVRM.
Het beroep is gericht tegen de beslissing van 22 mei 2026 van de directrice-generaal tot hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime (hierna “IBVR”) overeenkomstig artikel 117 § 2 juncto 118, § 3/1 van de basiswet.
Een lid van de beroepscommissie nam op 18 juni 2026 tevens kennis van het vertrouwelijk advies van 30 april 2026 in de zin van artikel 118 §7 laatste lid van de basiswet.
De thans bestreden beslissing handhaaft de maatregelen op identieke wijze tot en met 23 juli 2026, behoudens een versoepeling wat betreft de contacten met de moeder van beroepsindiener.
Beroepsindiener ontwikkelt onder andere enkele grieven die hij koppelt aan een schending van de artikelen 3 en 8 EVRM. Hij hekelt in het bijzonder ook dat hij zijn overplaatsing ervaart als een verzwaring van het regime.
Bij gebreke van een beroep overeenkomstig artikel 165 van de basiswet, kan de beroepscommissie echter niet anders dan vaststellen dat beroepsindiener -uiteindelijk- heeft berust in zijn overplaatsing naar Brugge.
De beroepscommissie besluit dat het regime waaraan beroepsindiener wordt onderworpen, niet in strijd is met artikel 3 EVRM, noch met het artikel 8 EVRM.