Ga verder naar de inhoud

BC/26-0236

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME

De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de directrice-generaal tot hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. De beroepscommissie is van oordeel dat zowel aan de inhoudelijke voorwaarden voor de hernieuwing werd voldaan als de procedurele voorwaarden voor zo een hernieuwing werden nageleefd. Specifiek wat betreft de inhoudelijke voorwaarden, stelt de beroepscommissie vast dat het regime gebaseerd blijft op psycho-medische aspecten en de hieruit voortvloeiende onvoorspelbaarheid van het gedrag van de beroepsindiener. De directrice-generaal wijst in de hernieuwingsbeslissing op een waanbeeld, grootheidswaanzin, het aannemen van constructies die niet steeds stroken met de realiteit … De beroepscommissie kan bijvoorbeeld niet rond het feit dat de beroepsindiener in zijn beroepschrift heeft aangegeven joints te roken. Het is aannemelijk dat dit zijn psychotische episodes (mee) verklaart. De beroepscommissie kan zich bovendien niet van de indruk ontdoen dat bepaalde delen van klagers beroep voor een groot deel een manifestatie blijken te zijn van de eerder instabiele psychische toestand waarin hij zich lijkt te bevinden. De directrice-generaal heeft volgens de beroepscommissie bij de hernieuwing van het veiligheidsregime wel degelijk voldoende duidelijk gemaakt en gemotiveerd uit welke concrete omstandigheden of gedragingen van de beroepsindiener blijkt dat hij een voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid; zij heeft een herevaluatie van de toestand verricht waarbij rekening werd gehouden met de huidige toestand van de beroepsindiener en actuele omstandigheden.

Specifiek wat betreft de maatregel van het verbod om deel te nemen aan gemeenschappelijke of individuele activiteiten (in het geval van de beroepsindiener: uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten) wijst de beroepscommissie erop dat de geneesheer-psychiater hierover in zijn psycho-medisch verslag en medisch advies het volgende heeft opgemerkt: “[Patiënt] lijdt onder deze maatregel door gebrek aan sociale contacten. Hij is klinisch veel beter nu. We dringen aan op snelle opheffing van deze maatregel”. De directrice-generaal heeft deze opmerking wel degelijk in rekening genomen en beoordeeld bij haar beslissing over de hernieuwing van het individueel bijzonder veiligheidsregime. De beroepscommissie raadt sterk aan om bij de – eventuele – volgende hernieuwing van het veiligheidsregime voldoende aandacht te besteden aan activiteiten die de beroepsindiener in meer gemeenschappelijk verband kan verrichten (bv. met enkele medegedetineerden), vanzelfsprekend rekening houdend met de noodzaak van het handhaven van de orde en veiligheid. Idealiter gebeurt dit in onderling overleg met de beroepsindiener. Dit hoeft daarom geen deelname aan de gemeenschappelijke wandeling te zijn, maar er dient wel te worden nagedacht over activiteiten die toelaten dat hij op een betekenisvolle wijze menselijk contact heeft.

Het beroep is niet gegrond.