Ga verder naar de inhoud

KC02/21-0107

Ongegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - RECHT VAN VERDEDIGING - RECHT OP TEGENSPRAAK

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 7 dagen ATV omwille van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De directie kon aan klager een tuchtbeslissing opleggen, omdat klager niet ontkent dat hij heeft geslagen met zijn vuist. De wettige zelfverdediging wordt door de directie niet aanvaard, omdat het onduidelijk is wie als eerste heeft uitgehaald. Deze motivering kan niet volstaan om de wettige zelfverdediging volledig af te wijzen als rechtvaardigingsgrond. De directie kan echter wel beslissen dat van wettige zelfverdediging geen sprake was op basis van alle elementen in het dossier, o.a.: de zware verwondingen die de celgenoot van klager opliep, de verklaring dat klager vuistslagen heeft uitgedeeld. De directie heeft de zorgvuldigheidsplicht niet geschonden en motiveert in haar beslissing waarom er geen andere onderzoeksmaatregelen konden worden genomen: er zijn verschillende verklaringen van de gedetineerden en er zijn geen getuigen van het incident. De directie heeft bovendien klager en zijn advocaat de mogelijkheid gegeven om te reageren op de verklaring van de celgenoot van klager, waardoor zij het recht van verdediging heeft willen respecteren. De tuchtprocedure is dus wettelijk verlopen. Gelet op de kwalificatie van de tuchtinbreuk is de sanctie redelijk en billijk. De Klachtencommissie merkt op dat het ontslag van klager als fatiek is opgenomen in de tuchtbeslissing. Dit is niet conform de Dienstnota van 18 juni 2015 van de Directie Juridische Dienst ‘arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel’.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/22-0090 opgestart