TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT
Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing omdat zijn raadsman niet aanwezig was op de tuchthoorzitting. Op de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure werd ingevuld dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat. Dit document werd door klager ondertekend. Klager legt zelf een kopie van de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure voor waarop is ingevuld dat hij wel bijstand van zijn advocaat wenst. Deze kopie werd echter nooit opgehaald. In het verslag van de tuchthoorzitting wordt niet vermeld dat klager vraagt waar zijn advocaat is, hoewel hij verklaart dat hij dit heeft gezegd.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie het recht op bijstand van een advocaat tijdens de tuchtprocedure niet heeft geschonden. Op het moment dat het personeel klager kwam inlichten over de opstart van de tuchtprocedure en de uitnodiging voor de tuchthoorzitting, deelde klager mee dat hij geen bijstand wenste van een advocaat. Dit werd zo aangeduid op het formulier. Dat klager zich nadien bedacht en alsnog op zijn kopie had ingevuld dat hij een advocaat wenste, was niet ter kennis gebracht aan de directie aangezien klager zijn kopie niet heeft afgegeven. Bovendien zou klager op de tuchthoorzitting enkel hebben gevraagd waar zijn advocaat was en heeft hij niet gevraagd om de zitting te laten uitstellen. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie beveelt aan om in de toekomst verklaringen of betwistingen over de bijstand van een raadsman expliciet op te nemen in het verslag van de hoorzitting, hetgeen in dit dossier niet is gebeurd.
Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing omdat zijn raadsman niet aanwezig was op de tuchthoorzitting. Op de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure werd ingevuld dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat. Dit document werd door klager ondertekend. Klager legt zelf een kopie van de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure voor waarop is ingevuld dat hij wel bijstand van zijn advocaat wenst. Deze kopie werd echter nooit opgehaald. In het verslag van de tuchthoorzitting wordt niet vermeld dat klager vraagt waar zijn advocaat is, hoewel hij verklaart dat hij dit heeft gezegd.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie het recht op bijstand van een advocaat tijdens de tuchtprocedure niet heeft geschonden. Op het moment dat het personeel klager kwam inlichten over de opstart van de tuchtprocedure en de uitnodiging voor de tuchthoorzitting, deelde klager mee dat hij geen bijstand wenste van een advocaat. Dit werd zo aangeduid op het formulier. Dat klager zich nadien bedacht en alsnog op zijn kopie had ingevuld dat hij een advocaat wenste, was niet ter kennis gebracht aan de directie aangezien klager zijn kopie niet heeft afgegeven. Bovendien zou klager op de tuchthoorzitting enkel hebben gevraagd waar zijn advocaat was en heeft hij niet gevraagd om de zitting te laten uitstellen. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie beveelt aan om in de toekomst verklaringen of betwistingen over de bijstand van een raadsman expliciet op te nemen in het verslag van de hoorzitting, hetgeen in dit dossier niet is gebeurd.